Artikel 137 Wetboek van Strafrecht

De bepalingen van de artikelen 135 en 136 zijn niet van toepassing op hem die door de kennisgeving gevaar voor een strafvervolging zou doen ontstaan voor zichzelf, voor een van zijn bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie of in de tweede of derde graad van de zijlinie, voor zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot, of voor een ander bij wiens vervolging hij zich, uit hoofde van zijn ambt of beroep, van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschonen.

Recente uitspraken

Art. 137 Sr is sinds 1995 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Oost-Brabant.

  • ECLI:NL:HR:2014:911 — 15-04-2014 Hoge Raad
    Beperking verdachte in het voeren van zijn verdediging door Voorzitter Hof tot hetgeen van belang is voor het tenlastegelegde. Tegen deze beslissing t.b.v. de handhaving van de orde op de terechtzitting staat geen cassatie open (vgl. ECLI:NL:HR:2010:BJ9897). Geen schending art.…
  • ECLI:NL:HR:2001:AD4434 — 27-11-2001 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:HR:1995:ZD0248 — 17-10-1995 Hoge Raad
    Medeplichtigheid aan medeplegen poging tot afpersing met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, art. 317.1 en 317.3 jo. 312.2 Sr en begunstiging, art. 189.1.1 Sr. 1. Afwijzing van bij pleidooi gedaan verzoek tot horen van 3 getuigen op de grond dat noodzakelijkheid van verzochte…
  • ECLI:NL:RBOBR:2024:4329 — 14-09-2024 Rb. Oost-Brabant
    Rechter-commissaris oordeelt dat bankafschriften niet onder het verschoningsrecht vallen.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.