Artikel 49 Wetboek van Strafrecht
Lid 1
Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij medeplichtigheid met een derde verminderd.
Lid 2
Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste twintig jaren.
Lid 3
De bijkomende straffen zijn voor medeplichtigheid dezelfde als voor het misdrijf zelf.
Lid 4
Bij het bepalen van de straf komen alleen die handelingen in aanmerking die de medeplichtige opzettelijk heeft gemakkelijk gemaakt of bevorderd, benevens hun gevolgen.