Artikel 223 Wetboek van Strafrecht
Hij die stoffen of voorwerpen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van enig in artikel 216 of in artikel 222bis in verband met artikel 216 omschreven misdrijf, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 223 Sr is sinds 1996 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2014:354 — 18-02-2014 Hoge Raad
Opgave van bewijsmiddelen, art. 359.3 Sv. Nu de raadsman van verdachte vrijspraak heeft bepleit t.a.v. het tlgd. had het Hof niet mogen volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv. - ECLI:NL:HR:1996:ZC9539 — 26-11-1996 Hoge Raad
Ontoereikend bewijs dat verdachte de voorwerpen had verworven, nu hij deze tijdelijk voor een ander onder zich had. - ECLI:NL:RBDHA:2015:4131 — 26-02-2015 Rb. Den Haag
Kort geding over de wijziging van de Opiumwet, betreffende de strafbaarstelling van handelingen ter voorbereiding en vergemakkelijking van illegale hennepteelt. De eisende partij – een onderneming die zich bezig houdt met de productie en verkoop van meststoffen – vordert onder…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.