Artikel 447b Wetboek van Strafrecht

Hij die een reisdocument, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een ander identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang, dat hij voorhanden heeft, waarvan hij niet de houder is, of dat ingevolge een wettelijke bepaling moet worden ingeleverd, niet terstond wanneer hem dit mondeling door een daartoe bevoegde ambtenaar is bevolen, dan wel binnen veertien dagen, nadat hem dit bij aangetekend schrijven in persoon is medegedeeld inlevert, wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie.

Recente uitspraken

Art. 447b Sr is sinds 2017 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2021:1627 — 02-11-2021 Hoge Raad
    Opzettelijk gebruik maken van vals Italiaans rijbewijs, door hof gekwalificeerd als opzettelijk gebruik maken van vals geschrift a.b.i. art. 225.1 Sr als ware het echt en onvervalst (art. 225.2 Sr). 1. Art. 225 Sr of art. 231 Sr van toepassing? Is een rijbewijs uit een andere…
  • ECLI:NL:HR:2017:64 — 24-01-2017 Hoge Raad
    Art. 231 Sr. OM-cassatie. ’s Hofs oordeel dat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert omdat een Sloveens rijbewijs niet kan worden aangemerkt als een van de in art. 231 Sr genoemde documenten, geeft, gelet op art. 1 Wet op de Identificatieplicht alsmede o.g.v. de…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.