Artikel 56 Wetboek van Strafrecht

Lid 1

Staan meerdere feiten, ofschoon elk op zichzelf misdrijf of overtreding opleverende, in zodanig verband dat zij moeten worden beschouwd als één voortgezette handeling, dan wordt slechts één strafbepaling toegepast, bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

Lid 2

Insgelijks wordt slechts één strafbepaling toegepast bij schuldigverklaring aan valsheid of muntschennis en aan het gebruikmaken van het voorwerp ten opzichte waarvan de valsheid of muntschennis gepleegd is.

Recente uitspraken

Art. 56 Sr is sinds 1956 in 376 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hoge Raad en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2023:1306 — 03-10-2023 Hoge Raad
    Als leider deelnemen aan criminele organisatie (motorclub), art. 140.4 Sr. 1. Afwijzing verzoek tot horen van 2 getuigen en gebruik voor bewijs van PGP-berichten. 2. Afwijzing verzoek tot horen van 3 getuigen. 3. Afwijzing verzoek om processtukken. 4. Bewijsklacht geweldsoogmerk…
  • ECLI:NL:HR:2023:1153 — 19-09-2023 Hoge Raad
    Brandstichting in inrichting voor stelselmatige daders, waarin verdachte is geplaatst, art. 157.1 en 157.2 Sr. 1. Bewijsklachten. Kon hof oordelen dat door bewezenverklaarde gedraging “levensgevaar” en/of “gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander” te duchten was? 2.…
  • ECLI:NL:HR:2023:482 — 28-03-2023 Hoge Raad
    Medeplegen poging tot doodslag (art. 287 Sr), medeplegen diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr), medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), voorhanden hebben vuurwapen en munitie (art. 26.1 WWM) en poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd (art. 302.1…
  • ECLI:NL:HR:2022:756 — 24-05-2022 Hoge Raad
    Beleggingsfraude. Oplichting (art. 326 Sr) en verduistering (art. 321 Sr). Innerlijke tegenstrijdigheid door bewezenverklaring van zowel oplichting als verduistering m.b.t. dezelfde geldbedragen? Bestanddeel goed “dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft” uit art. 321…
  • ECLI:NL:HR:2022:358 — 15-03-2022 Hoge Raad
    Opzettelijk aanwezig hebben verdovende middelen (meermalen gepleegd), art. 2.C Opiumwet (feit 1), voorhanden hebben van voorwerpen om feit a.b.i. art. 10.4/10.5 Opiumwet voor te bereiden (feit 2) en medeplegen gewoontewitwassen, art. 420ter Sr (feit 3). Eendaadse samenloop of…

Bekijk alle 376 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.