Artikel 57 Wetboek van Strafrecht

Lid 1

Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf opgelegd.

Lid 2

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is niet hoger dan het totaal van de hoogste straffen op de feiten gesteld en mag – voor zover het gevangenisstraf of hechtenis betreft – niet meer dan de helft boven het hoogste maximum uitgaan.