Artikel 270 Wetboek van Strafrecht

Lid 1

Hij die ten aanzien van een overledene een feit pleegt dat, ware deze nog in leven, als smaadschrift of smaad zou zijn gekenmerkt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.

Lid 2

Dit misdrijf wordt niet vervolgd dan op klacht hetzij van een der bloedverwanten of aangehuwden van de overledene in de rechte linie of zijlinie tot de tweede graad, hetzij van zijn echtgenoot.

Recente uitspraken

Art. 270 Sr is sinds 2003 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Den Haag en Hof 's-Gravenhage.

  • ECLI:NL:HR:2017:967 — 30-05-2017 Hoge Raad
    Smaad en laster d.m.v. het verspreiden van brieven aan de Amerikaanse ambassadeur en minister van buitenlandse zaken m.b.t. kunstsmokkel, artt. 261.1 en 262.1 Sr. 1. Klachtvereiste. 2. Bewijsklacht ‘ruchtbaarheid geven’. Ad 1. OM niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een…
  • ECLI:NL:HR:2010:BL6742 — 25-05-2010 Hoge Raad
    Art. 37.2 jo art. 37a.3 Sr. TBS. Het Hof heeft ten onrechte de beslissing tot oplegging van de TBS-maatregel gebaseerd op een advies van twee gedragsdeskundigen dat eerder dan een jaar voor aanvang van de ttz. is gedagtekend, terwijl de verdediging met het gebruik daarvan niet…
  • ECLI:NL:GHDHA:2020:2248 — 01-12-2020 Hof Den Haag
    Veroordeling tot 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf met contactverbod ter zake van belaging door het versturen van e-mails ; OM niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte ter zake van ‘smaadschrift’, omdat de vereiste klacht niet door een klachtgerechtigde en…
  • ECLI:NL:GHSGR:2003:AF8921 — 19-05-2003 Hof 's-Gravenhage
    -

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.