Artikel 38p Wetboek van Strafrecht

Lid 1

De rechter kan bepalen dat de maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd.

Lid 2

De rechter die bepaalt dat de door hem opgelegde maatregel niet ten uitvoer zal worden gelegd stelt daarbij een proeftijd vast van ten hoogste drie jaren.

Lid 3

Bij de toepassing van het eerste lid geldt als algemene voorwaarde dat:

  1. de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  2. de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Lid 4

De rechter stelt ter bescherming van de veiligheid van personen of goederen voorwaarden betreffende het gedrag van de veroordeelde. De rechter kan een krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen reclasseringsinstelling opdracht geven de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Lid 5

Een voorwaarde als bedoeld in het vierde lid kan inhouden dat de veroordeelde zich ambulant of intramuraal laat behandelen. Opname in een inrichting vindt in dit verband plaats voor een door de rechter te bepalen duur van ten hoogste twee jaren. Deze voorwaarde wordt slechts gesteld, indien de veroordeelde zich bereid heeft verklaard de behandeling te ondergaan.

Lid 6

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de eisen waaraan een inrichting en een behandeling als bedoeld in het vijfde lid moeten voldoen.

Recente uitspraken

Art. 38p Sr is sinds 2016 in 21 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2025:169 — 04-02-2025 Hoge Raad
    Groot aantal diefstallen (art. 310 Sr), verduistering (art. 321 Sr) en opzetheling (art. 416.1.a Sr). Voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd, art. 38m jo. art. 38p Sr. 1. Vereisten van art. 38m.1 Sr. Kon hof bij zijn oordeel dat is voldaan aan vereisten voor opleggen van…
  • ECLI:NL:GHARL:2020:6972 — 03-09-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Het hoger beroep is ingesteld na inwerkingtreding van de Wet USB op 1 januari 2020. Sindsdien is geen hoger beroep meer mogelijk bij de penitentiaire kamer tegen een beslissing tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel wegens overtreding van een bijzondere…
  • ECLI:NL:GHARL:2020:2655 — 26-03-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Wet USB: ontvankelijkheid bij instellen hoger beroep bij tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel. Bevestiging van de beslissing.
  • ECLI:NL:GHARL:2020:2395 — 19-03-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Het hoger beroep tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel (38 r Sr en 509ff Sv) ingesteld voor 1 januari 2020 en de Wet USB. Artikel 5 EVRM brengt met zich mee dat als de mogelijkheid van hoger beroep is opengesteld en tijdig…
  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9815 — 09-10-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Uit zijn zeer omvangrijke strafblad blijkt dat eerdere veroordelingen tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor soortgelijke feiten verdachte niet hebben weerhouden opnieuw in de fout te gaan. Aan alle eisen die de…

Bekijk alle 21 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.