Artikel 38n Wetboek van Strafrecht
Lid 1
De maatregel geldt voor de tijd van ten hoogste twee jaren, te rekenen van de dag waarop de rechterlijke uitspraak waarbij hij is opgelegd, onherroepelijk is geworden.
Lid 2
Bij het bepalen van de duur van de maatregel kan de rechter rekening houden met de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering, in voorlopige hechtenis, in een psychiatrisch ziekenhuis of een instelling voor klinische observatie bestemd ingevolge een bevel tot observatie, is doorgebracht.
Lid 3
De rechter kan ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie, dan wel op verzoek van de verdachte of diens raadsman, bij of na het opleggen van de maatregel beslissen tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.
Recente uitspraken
Art. 38n Sr is sinds 2006 in 227 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Overijssel en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:HR:2025:169 — 04-02-2025 Hoge Raad
Groot aantal diefstallen (art. 310 Sr), verduistering (art. 321 Sr) en opzetheling (art. 416.1.a Sr). Voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd, art. 38m jo. art. 38p Sr. 1. Vereisten van art. 38m.1 Sr. Kon hof bij zijn oordeel dat is voldaan aan vereisten voor opleggen van… - ECLI:NL:HR:2008:BF1889 — 05-12-2008 Hoge Raad
Wet SOV (strafrechtelijke opvang verslaafden), Stb. 2001, 28. Uitleg art. 38o Sr.; Staat mag voorwaarde van medefinanciering van de stichtingskosten van SOV-inrichtingen stellen aan deelneming door gemeenten aan het SOV-programma. - ECLI:NL:HR:2007:BA8511 — 06-11-2007 Hoge Raad
Art. 38n Sr. De aan het verweer en het middel ten grondslag liggende opvatting dat een tijdsverloop van ruim 5 mnd tussen de behandeling in eerste aanleg en de behandeling in hoger beroep “in het kader van de systematiek van de ISD-maatregel” een overschrijding van de redelijke… - ECLI:NL:HR:2007:AZ7777 — 06-03-2007 Hoge Raad
ISD-maatregel. Gelet op de wetsgeschiedenis is ’s hofs oordeel om geen rekening te houden met de in voorafgaande detentie doorgebrachte tijd teneinde de behandelmogelijkheden niet te doorkruisen, juist. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk gelet op hetgeen het hof omtrent de… - ECLI:NL:GHARL:2024:7521 — 28-11-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
Het hof verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover deze is gericht tegen de beslissing van de rechtbank ter zake van het onder 3 en 4 tenlastegelegde. Verder acht het hof bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en legt…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.