Artikel 348 Wetboek van Strafrecht
Lid 1
Hij die opzettelijk zijn eigen goed of, ten behoeve van degene aan wie het toebehoort, een hem niet toebehorend goed onttrekt aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden.
Lid 2
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk een goed dat is onderworpen aan een pandrecht, een retentierecht of een recht van vruchtgebruik of gebruik van een ander, vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.
Lid 3
De bepaling van artikel 316 is op deze misdrijven van toepassing.
Recente uitspraken
Art. 348 Sr is sinds 2007 in 22 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Overijssel en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2020:1199 — 07-07-2020 Hoge Raad
Medeplegen voorbereiding gijzeling (art. 282a Sr) en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr) en/of afpersing (art. 317 Sr) door samen met haar dochter met ander in contact te komen, waarbij is besproken haar ex-man, haar ex-schoonbroer en haar oude buurman te… - ECLI:NL:HR:2020:1198 — 07-07-2020 Hoge Raad
Medeplegen voorbereiding gijzeling (art. 282a Sr) en/of wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr) en/of afpersing (art. 317 Sr) door samen met haar moeder met ander in contact te komen, waarbij is besproken haar vader, haar oom en haar oude buurman te ontvoeren en… - ECLI:NL:HR:2014:1695 — 08-07-2014 Hoge Raad
1. Falende klacht dat het Hof heeft nagelaten het so. als getuige te beëdigen. Vooropgesteld moet worden dat blijkens de wetsgeschiedenis geen beëdiging van het so. als getuige is vereist als hem vragen worden gesteld die uitsluitend betrekking hebben op diens verklaring omtrent… - ECLI:NL:HR:2014:965 — 22-04-2014 Hoge Raad
Onttrekking aan pandrecht, art. 348.1 Sr. Het Hof heeft geoordeeld dat de handeling van verdachte, te weten het zonder toestemming van X op eigen naam overschrijven van de aan Y in eigendom toebehorende auto, ertoe strekte de parate executie van het t.b.v. X op deze auto… - ECLI:NL:HR:2009:BJ2769 — 15-09-2009 Hoge Raad
HR: 81RO. 1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: art. 14a Sr. Ad 1. De feiten zijn begaan in de periode van 12-7-96 t/m 29-1-99. Op grond van art. 70.2° jo 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn in het onderhavige geval ten hoogste twee maal zes jaren. Voor zover de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.