Artikel 344 Wetboek van Strafrecht
Lid 1
Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft hij die in geval van een faillissement van een ander, of daaraan voorafgaand indien het faillissement is gevolgd, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld:
enig goed aan de boedel onttrekt of heeft onttrokken;
zich wederrechtelijk bevoordeelt of laat bevoordelen, dan wel zich wederrechtelijk heeft bevoordeeld of heeft laten bevoordelen.
Lid 2
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die in geval de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op een ander van toepassing is verklaard, of daaraan voorafgaand indien de toepassing wordt uitgesproken, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden worden benadeeld:
enig goed aan de boedel onttrekt of heeft onttrokken;
zich wederrechtelijk bevoordeelt of laat bevoordelen, dan wel zich wederrechtelijk heeft bevoordeeld of zich heeft laten bevoordelen.
Recente uitspraken
Art. 344 Sr is sinds 1999 in 38 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Rotterdam en Rb. Overijssel.
- ECLI:NL:HR:2017:2575 — 10-10-2017 Hoge Raad
Medeplegen van bedrieglijke bankbreuk, art. 344 Sr. Medeplegen van verduistering in dienstbetrekking, art. 322 Sr. 1. Falende klachten m.b.t. de bewijsmotivering 2. Falende klacht m.b.t. innerlijke tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring van art. 322 Sr. HR: 81.1 RO. - ECLI:NL:HR:2015:1756 — 30-06-2015 Hoge Raad
Art. 344 Sr. Art. 343 Sr. Noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de aan het verweer in hoger beroep en aan het middel ten grondslag gelegde opvatting dat art. 344 Sr een specialis behelst van art. 343 Sr. ’s Hofs dienovereenkomstige oordeel is juist.… - ECLI:NL:HR:2013:BZ5424 — 15-03-2013 Hoge Raad
Art. 344 aanhef onder 2 Sr, art. 110 Faillissementswet. “Bij verificatie van de schuldvorderingen in geval van faillissement”. Nu de indiening ter verificatie van de vordering van de schuldeiser bij de curator o.g.v. art. 110 Fw de handeling is waarmee de schuldeiser aanspraak… - ECLI:NL:HR:2012:BU5241 — 24-01-2012 Hoge Raad
Verwerping noodweer-verweer. Hetgeen het Hof heeft overwogen laat in het ongewisse of het Hof de door de raadsman aan het verweer ten grondslag gelegde feitelijke toedracht niet aannemelijk geworden acht, of dat het heeft geoordeeld dat die toedracht een beroep op noodweer niet… - ECLI:NL:HR:2004:AP4229 — 02-11-2004 Hoge Raad
De wetgever heeft willen voorkomen dat tussen art. 344 Sr, welke bepaling zich richt tot de schuldeiser, en art. 47 Fw een discrepantie zou (voort)bestaan. De term “ten gevolge van overleg met de schuldenaar” in art. 344 Sr brengt tot uitdrukking dat moet komen vast te staan dat…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.