Artikel 33a Wetboek van Strafrecht

English version

Lid 1

Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn:

  1. voorwerpen die aan de veroordeelde toebehoren of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen;

  2. voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan;

  3. voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid;

  4. voorwerpen met behulp van welke de opsporing van het misdrijf is belemmerd;

  5. voorwerpen die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd;

  6. zakelijke rechten op of persoonlijke rechten ten aanzien van de onder a tot en met e bedoelde voorwerpen.

Lid 2

Voorwerpen als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met e die niet aan de veroordeelde toebehoren kunnen alleen verbeurd worden verklaard indien:

  1. degene aan wie zij toebehoren bekend was met hun verkrijging door middel van het strafbare feit of met het gebruik of de bestemming in verband daarmede, dan wel die verkrijging, dat gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden, of

  2. niet is kunnen worden vastgesteld aan wie zij toebehoren.

Lid 3

Rechten als bedoeld in het eerste lid, onder f, die niet aan de veroordeelde toebehoren kunnen alleen verbeurd worden verklaard indien degene aan wie zij toebehoren bekend was met de verkrijging van de voorwerpen waarop of ten aanzien waarvan deze rechten bestaan, door middel van het strafbare feit of met het gebruik of de bestemming in verband daarmede, danwel die verkrijging, dat gebruik of die bestemming redelijkerwijs had kunnen vermoeden.

Lid 4

Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 33a Sr is sinds 1969 in 2629 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Overijssel en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2026:1427 — 08-09-2026 Hoge Raad
    OM-cassatie en cassatie klager, die als tussenpersoon werkzaamheden verricht voor de aan scheepsbouwer verleende bouwopdrachten door Bahama’s en Trinidad en Tobago. Beklag, beslag ex art. 94 en 94a Sv op vorderingen van klager op derden onder derden t.z.v. verdenking van…
  • ECLI:NL:HR:2026:1361 — 25-08-2026 Hoge Raad
    Verkopen van cocaïne, art. 2.B Opiumwet. Verbeurdverklaring 3 telefoons, art. 33a.1.c Sr. Kon hof oordelen dat bewezenverklaarde met behulp van 3 inbeslaggenomen telefoons is begaan of voorbereid? Onder “feit” in art. 33a.1.c Sr moet bewezenverklaard feit worden verstaan. Voor…
  • ECLI:NL:HR:2026:1242 — 10-07-2026 Hoge Raad
    Art. 3.14 Wet IB 2001, art. 3.95 Wet IB 2001, art. 33a Sr, art. 14 EVRM; fiscaal onderscheid verbeurdverklaring en voordeelontneming, resultaat uit overige werkzaamheden
  • ECLI:NL:HR:2026:1001 — 30-06-2026 Hoge Raad
    Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto onder klager t.z.v. verdenking van rijden zonder geldig kenteken(bewijs). Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat auto zal worden verbeurdverklaard o.g.v. art. 33a.1 Sr? Rb heeft vastgesteld dat onder klager o.g.v. art. 94…
  • ECLI:NL:HR:2026:550 — 07-04-2026 Hoge Raad
    Beklag, beslag ex art. 94 Sv op motorfiets onder klager i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen onbekende bestuurder van motorfiets t.z.v. verdenking van verkeersovertreding. Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat motorfiets zal worden verbeurdverklaard…

Bekijk alle 2629 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.