Artikel 7 Wet op de economische delicten
De bijkomende straffen zijn:
ontzetting van de rechten, genoemd in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2°, 4° en 5° van het Wetboek van Strafrecht, voor een tijd, de duur der vrijheidsstraf ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren te boven gaande, of, in geval van veroordeling tot geldboete als enige hoofdstraf, voor een tijd van ten minste zes maanden en ten hoogste zes jaren;
vervallen;
gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor een tijd van ten hoogste een jaar;
verbeurdverklaring van de voorwerpen, genoemd in artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht;
verbeurdverklaring van voorwerpen, behorende tot de onderneming van de veroordeelde, waarin het economische delict is begaan, voor zover zij soortgelijk zijn aan en met betrekking tot het delict verband houden met die, genoemd in artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht;
gehele of gedeeltelijke ontzetting van bepaalde rechten of gehele of gedeeltelijke ontzegging van bepaalde voordelen, welke rechten of voordelen de veroordeelde in verband met zijn onderneming van overheidswege zijn of zouden kunnen worden toegekend, voor een tijd van ten hoogste twee jaren;
openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 7 WED is sinds 2002 in 33 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Overijssel, Rb. Rotterdam en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2003:AF6244 — 20-05-2003 Hoge Raad
20 mei 2003 Strafkamer nr. 01238/02 E ES/DAT Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 5 november 2001, nummer 21/001734-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op… - ECLI:NL:GHLEE:2012:BW4626 — 27-04-2012 Hof Leeuwarden
Vorming en bezetting van economische kamers; artikel 52 Wet RO; artikel 38 WED. Dubbele strafbaarheid; voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. Vorming en bezetting van economische kamers. Het hof stelt vast dat binnen de rechtbank Assen geen economische kamers zijn… - ECLI:NL:RBOBR:2026:6053 — 27-08-2026 Rb. Oost-Brabant
veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon en voor feit 2: medeplegen van overtreding van een voorschrift,… - ECLI:NL:RBOBR:2026:6037 — 27-08-2026 Rb. Oost-Brabant
veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon en voor feit 2: medeplegen van overtreding van een voorschrift,… - ECLI:NL:RBOBR:2026:6033 — 27-08-2026 Rb. Oost-Brabant
veroordeling voor feit 1: medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 33 van de Wet op de economische delicten (artikel 7 van de Wet op de economische delicten), begaan door een rechtspersoon en voor feit 2: medeplegen van overtreding van een voorschrift,…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.