Artikel 8 Wet op de economische delicten

Maatregelen zijn:

  1. de maatregelen voorzien in Titel IIA van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht;

  2. onderbewindstelling van de onderneming van de veroordeelde, waarin het economisch delict is begaan, in geval van misdrijf voor een tijd van ten hoogste drie jaren en in geval van overtreding voor een tijd van ten hoogste twee jaren;

  3. het opleggen van de verplichting tot verrichting van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op kosten van de veroordeelde, voor zover de rechter niet anders bepaalt;

  4. het opleggen van de verplichting tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en ten aanzien waarvan:

    1. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt opgelegd;

    2. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, had kunnen worden opgelegd maar waarvan door de veroordeelde afstand is gedaan op de wijze, bedoeld in artikel 116, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering; of

    3. een machtiging tot vernietiging als bedoeld in artikel 117, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is verleend, voor zover het voorwerpen betreft die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Recente uitspraken

Art. 8 WED is sinds 2001 in 17 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Overijssel en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:HR:2018:1135 — 10-07-2018 Hoge Raad
    Economische zaak. Opzettelijke overtreding voorschrift gesteld bij art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, meermalen gepleegd door rechtspersoon door gewasbeschermingsmiddelen illegaal op de markt te brengen. 1. OM-cassatie. Zijn kosten van vernietiging van…
  • ECLI:NL:HR:2018:1134 — 10-07-2018 Hoge Raad
    Economische zaak. Opzettelijke overtreding voorschrift gesteld bij art. 20 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, meermalen gepleegd door rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan verboden gedraging, door gewasbeschermingsmiddelen illegaal op de…
  • ECLI:NL:HR:2010:BO4721 — 23-11-2010 Hoge Raad
    Herziening. Van de in de aanvraag tot herziening gestelde omstandigheid kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend was. Aanvraag dus kennelijk ongegrond.
  • ECLI:NL:HR:2005:AR7605 — 01-02-2005 Hoge Raad
    1. 's Hofs oordeel dat verdachte (die tijdelijk op haar terrein visafval ongekoeld had neergezet) visafval heeft "opgeslagen" in de zin van art. 5.1 Destructiewet is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. Pluimvee is slechts gespecificeerd hoog-risico-materiaal indien het ingevolge de…
  • ECLI:NL:RBROT:2026:4002 — 19-03-2026 Rb. Rotterdam
    Vuurwerkzaak. Veroordeling voor het opslaan en voorhanden hebben van een enorme hoeveelheid, ruim 9.300 kilogram, professioneel vuurwerk voor particulier gebruik in een bedrijfspand in een woonwijk. Oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van voorarrest,…

Bekijk alle 17 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.