Artikel 23 Wet op de economische delicten
Lid 1
De opsporingsambtenaren zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
Lid 2
Zij zijn bevoegd in het belang van de opsporing vervoermiddelen waarmee naar hun redelijk oordeel zaken worden vervoerd op hun lading te onderzoeken met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
Lid 3
Zij zijn bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met het oog op de naleving van de voorschriften, bedoeld in de artikelen 1 en 1a, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
Lid 4
Zij zijn bevoegd met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hen aangewezen plaats overbrengt, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.
Lid 5
De kosten van overbrenging komen ten laste van de betrokkene, indien een strafbaar feit wordt vastgesteld.
Lid 6
De in dit artikel genoemde bevoegdheden kunnen tevens worden uitgeoefend jegens personen, die zaken vervoeren.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 23 WED is sinds 1993 in 24 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hoge Raad en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2025:1511 — 14-10-2025 Hoge Raad
Aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) onder bodemplaat van kofferbak van auto. Reikwijdte van bevoegdheid tot ‘onderzoek’ aan vervoermiddelen a.b.i. art. 23 WED, beroep op onderscheid tussen ‘zoekend rondkijken’ en doorzoeken. Waren opsporingsambtenaren o.g.v. art. 23… - ECLI:NL:HR:2013:3 — 25-06-2013 Hoge Raad
Economische zaak. Art. 23 WED. HR herhaalt HR NJ 1993/633: de in art. 23 WED gegeven opsporingsbevoegdheid is niet beperkt tot de bijzondere plaatsen waar een in die wet bedoeld voorschrift niet wordt nageleefd, doch het belang van de opsporing brengt mee dat bij aanwijzingen… - ECLI:NL:HR:2008:BC6140 — 11-03-2008 Hoge Raad
OM-cassatie. Art. 26 WED. Uit de tekst van art. 26 WED, waarin het begrip “opzettelijk” ziet op alle bestanddelen van het in die bepaling omschreven strafbare feit, volgt, i.o.m. de bedoeling van de wetgever dat voor de strafbaarheid van het in deze bepaling bedoelde misdrijf is… - ECLI:NL:HR:1993:ZC9268 — 09-03-1993 Hoge Raad
In het belang van de opsporing; art. 23 WED; aanwijzingen voldoende. - ECLI:NL:GHAMS:2026:326 — 11-02-2026 Hof Amsterdam
opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens enig voorschrift van de Wet op de economische delicten gedaan door een opsporingsambtenaar
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.