Artikel 395 Wetboek van Strafrecht

Lid 1

De opvarende van een Nederlands schip of zeevissersschip die aan boord de schipper, of de schepeling die aan boord of in dienst een meerdere in rang feitelijk aanrandt, zich met geweld of bedreiging met geweld tegen hem verzet of hem opzettelijk van zijn vrijheid van handelen berooft, wordt, als schuldig aan insubordinatie, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie.

Lid 2

De schuldige wordt gestraft:

  1. met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie, indien het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

  2. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben;

  3. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie, indien zij de dood ten gevolge hebben.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 395 Sr is sinds 2013 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2026:1003 — 30-06-2026 Hoge Raad
    Cassatie in het belang van de wet. Voorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd in jeugdzaak, dadelijke uitvoerbaarheid van voorwaarden. Kunnen aan voorwaardelijke PIJ-maatregel verbonden voorwaarden en toezicht op naleving van bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden…
  • ECLI:NL:HR:2013:BX9407 — 19-02-2013 Hoge Raad
    Cassatie in het belang der wet, n.a.v. het vonnis van de Rb Amsterdam van 14 oktober 2011, LJN BT7651. 1. Zwaar lichamelijk letsel, art. 82 Sr en art. 248 Sr. 2. Art. 63 Sr. 3. Causaal verband, art. 37a Sr. Ad 1. Ad 1. Psychische gevolgen, welke gevolgen niet zonder meer zijn…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.