Art. 6:254 Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 1
Nadat de derde het beding heeft aanvaard, geldt hij als partij bij de overeenkomst.
Lid 2
Hij kan, indien dit met de strekking van het beding in overeenstemming is, daaraan ook rechten ontlenen over de periode vóór de aanvaarding.