Art. 6:237 Burgerlijk Wetboek Boek 6
Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn een in de algemene voorwaarden voorkomend beding
dat de gebruiker een, gelet op de omstandigheden van het geval, ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn geeft om op een aanbod of een andere verklaring van de wederpartij te reageren;
dat de inhoud van de verplichtingen van de gebruiker wezenlijk beperkt ten opzichte van hetgeen de wederpartij, mede gelet op de wettelijke regels die op de overeenkomst betrekking hebben, zonder dat beding redelijkerwijs mocht verwachten;
dat de gebruiker de bevoegdheid verleent een prestatie te verschaffen die wezenlijk van de toegezegde prestatie afwijkt, tenzij de wederpartij bevoegd is in dat geval de overeenkomst te ontbinden;
dat de gebruiker van zijn gebondenheid aan de overeenkomst bevrijdt of hem de bevoegdheid daartoe geeft anders dan op in de overeenkomst vermelde gronden welke van dien aard zijn dat deze gebondenheid niet meer van hem kan worden gevergd;
dat de gebruiker een ongebruikelijk lange of onvoldoende bepaalde termijn voor de nakoming geeft;
dat de gebruiker of een derde geheel of ten dele bevrijdt van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding;
dat een de wederpartij volgens de wet toekomende bevoegdheid tot verrekening uitsluit of beperkt of de gebruiker een verdergaande bevoegdheid tot verrekening verleent dan hem volgens de wet toekomt;
dat als sanctie op bepaalde gedragingen van de wederpartij, nalaten daaronder begrepen, verval stelt van haar toekomende rechten of van de bevoegdheid bepaalde verweren te voeren, behoudens voor zover deze gedragingen het verval van die rechten of verweren rechtvaardigen;
dat voor het geval de overeenkomst wordt beëindigd anders dan op grond van het feit dat de wederpartij in de nakoming van haar verbintenis is tekort geschoten, de wederpartij verplicht een geldsom te betalen, behoudens voor zover het betreft een redelijke vergoeding voor door de gebruiker geleden verlies of gederfde winst;
dat de wederpartij verplicht tot het sluiten van een overeenkomst met de gebruiker of met een derde, tenzij dit, mede gelet op het verband van die overeenkomst met de in dit artikel bedoelde overeenkomst, redelijkerwijze van de wederpartij kan worden gevergd;
dat voor een overeenkomst als bedoeld in artikel 236 onder j of p respectievelijk q een duur bepaalt van meer dan een jaar, tenzij de wederpartij na een jaar de bevoegdheid heeft de overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van ten hoogste een maand;
dat de wederpartij aan een opzegtermijn bindt die langer is dan de termijn waarop de gebruiker de overeenkomst kan opzeggen;
dat voor de geldigheid van een door de wederpartij te verrichten verklaring een strengere vorm dan het vereiste van een onderhandse akte stelt;
dat bepaalt dat een door de wederpartij verleende volmacht onherroepelijk is of niet eindigt door haar dood of ondercuratelestelling, tenzij de volmacht strekt tot levering van een registergoed;
dat de wederpartij bij overeenkomsten, niet zijnde verlengde, vernieuwde of voortgezette overeenkomsten als bedoeld in artikel 236, onder j of p respectievelijk q, aan een opzegtermijn bindt die langer is dan een maand.
Recente uitspraken
Art. 6:237 BW is sinds 2001 in 566 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:1556 — 25-09-2026 Hoge Raad
Verbintenissenrecht. Aanneming van werk. Vervaltermijnen van art. 16.3 AVA 2013 oneerlijk/onredelijk bezwarend? Relevantie van betrokkenheid van consumentenorganisaties bij vergelijkbare algemene voorwaarden. - ECLI:NL:HR:2026:97 — 23-01-2026 Hoge Raad
Algemene voorwaarden netbeheerder. Exoneratiebeding onredelijk bezwarend? Gebruiker geslaagd in weerleggen vermoeden art. 6:237, aanhef en onder f, BW? Eisen aan onderbouwing weerlegging door gebruiker. - ECLI:NL:HR:2023:1197 — 08-09-2023 Hoge Raad
Verbintenissenrecht. Overeenkomst van opdracht aan adviseur. Art. 6:233 BW. Contractueel beding over klachtplicht onredelijk bezwarend? Art. 6:236 BW en art. 6:237 BW. Reflexwerking van grijze en zwarte lijst indien wederpartij geen consument is? - ECLI:NL:HR:2023:198 — 10-02-2023 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Overeenkomst tot kinderopvang. Overeenkomst van opdracht (art. 7:400 BW)? Beding in algemene voorwaarden met betrekking tot opzeggingstermijn en -vergoeding. Beding in algemene voorwaarden met betrekking tot annuleringstermijn en -vergoeding.… - ECLI:NL:HR:2020:531 — 27-03-2020 Hoge Raad
Contractenrecht. Koop-/aannemingsovereenkomst woningen. Gebreken in duurzame energievoorziening. Vervalbeding. Is vervalbeding dat wettelijke verjaringstermijn of vervaltermijn verkort onredelijk bezwarend? Art. 6:233 onder a BW; art. 6:236 onder g BW (zwarte lijst); art. 6:237…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.