Art. 6:255 Burgerlijk Wetboek Boek 6

Lid 1

Heeft een beding ten behoeve van een derde ten opzichte van die derde geen gevolg, dan kan degene die het beding heeft gemaakt, hetzij zichzelf, hetzij een andere derde als rechthebbende aanwijzen.

Lid 2

Hij wordt geacht zichzelf als rechthebbende te hebben aangewezen, wanneer hem door degene van wie de prestatie is bedongen, een redelijke termijn voor de aanwijzing is gesteld en hij binnen deze termijn geen aanwijzing heeft uitgebracht.

Recente uitspraken

Art. 6:255 BW is sinds 2023 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Nederland en Rb. Overijssel.

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:94 — 14-01-2025 Rb. Noord-Nederland
    Recht van eerste koop geschonden, geen matiging van de contractuele boete
  • ECLI:NL:RBOVE:2023:1607 — 03-05-2023 Rb. Overijssel
    De rechtbank besluit om het gevorderde af te wijzen en veroordeelt de eiseres in de kosten van de procedure en de na dit vonnis ontstane kosten. De eiseres vorderde dat de gedaagde aan haar de koopprijs van geleverde sanitair units betaald, terwijl de gedaagde verklaard dat zij…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.