Art. 6:252 Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 1
Bij een overeenkomst kan worden bedongen dat de verplichting van een der partijen om iets te dulden of niet te doen ten aanzien van een haar toebehorend registergoed, zal overgaan op degenen die het goed onder bijzondere titel zullen verkrijgen, en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen.
Lid 2
Voor de werking van het in lid 1 bedoelde beding is vereist dat van de overeenkomst tussen partijen een notariële akte wordt opgemaakt, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers. Degene jegens wie de verplichting bestaat, waarop het beding betrekking heeft, moet in de akte ter zake van de inschrijving woonplaats kiezen in Nederland.
Lid 3
Ook na inschrijving heeft het beding geen werking:
jegens hen die voor de inschrijving onder bijzondere titel een recht op het goed of tot gebruik van het goed hebben verkregen;
jegens een beslaglegger op het goed of een recht daarop, indien de inschrijving op het tijdstip van de inschrijving van het proces-verbaal van inbeslagneming nog niet had plaats gevonden;
jegens hen die hun recht hebben verkregen van iemand die ingevolge het onder a of b bepaalde niet aan de bedongen verplichting gebonden was.
Lid 4
Is voor de verplichting een tegenprestatie overeengekomen, dan gaat bij de overgang van de verplichting het recht op de tegenprestatie mee over, voor zover deze betrekking heeft op de periode na de overgang en ook het beding omtrent deze tegenprestatie in de registers ingeschreven is.
Lid 5
Dit artikel is niet van toepassing op verplichtingen die een rechthebbende beperken in zijn bevoegdheid het goed te vervreemden of te bezwaren.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 6:252 BW is sinds 1998 in 96 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2025:1889 — 12-12-2025 Hoge Raad
Vermogensrecht. Burenrecht. Kwalitatieve verplichting. Burengeschil over beplanting op erf. Uitleg verplichting in notariële akte dat heg niet hoger zal worden dan 1,50 meter. Door grieven ontsloten gebied. - ECLI:NL:HR:2012:BV5555 — 20-04-2012 Hoge Raad
Kwalitatief recht; art. 6:251 BW. Afspraak aangaande overgang onder bijzondere titel niet vereist, evenmin dat daar kwalitatieve verplichting (art. 6:252 BW) tegenover staat. Geen inschrijving in openbare registers. Onbegrijpelijke uitleg beding. - ECLI:NL:HR:2012:BV6727 — 06-04-2012 Hoge Raad
Overeenkomstenrecht; art. 6:251, 248 BW. Kwalitatief recht? Hof heeft ten onrechte van belang geacht of schuldeiser recht mede heeft bedongen ten behoeve van zijn rechtsopvolgers onder bijzondere titel; art. 6:251 stelt die eis niet, evenmin als art. 1354 BW (oud). Hof heeft… - ECLI:NL:HR:2010:BL8514 — 18-06-2010 Hoge Raad
Zakenrecht. Erfpacht. Akte waarbij perceel in erfpacht is verkregen behelst een kwalitatieve verplichting (als bedoeld in art. 6:252 BW) en een derdenbeding. Verkoop recht van erfpacht. Houden de in de notariële akte opgenomen kwalitatieve verplichting en het derdenbeding enkel… - ECLI:NL:HR:2009:BJ9439 — 18-12-2009 Hoge Raad
Mededingingsrecht. Nietigheid samenwerkingsovereenkomst vanwege schending van het verbod op mededingingsbeperkende maatregelen als bedoeld in art. 6 Mw? Verhuur van winkelruimte met koopoptie onder de verplichting om bij gebruikmaking van die optie aan de verkoper een koopoptie…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.