Art. 6:140 Burgerlijk Wetboek Boek 6

Lid 1

Moeten tussen twee partijen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldvorderingen en geldschulden in één rekening worden opgenomen, dan worden zij in de volgorde waarin partijen volgens de voorgaande artikelen van deze afdeling of krachtens hun onderlinge rechtsverhouding tot verrekening bevoegd worden, dadelijk van rechtswege verrekend en is op ieder tijdstip alleen het saldo verschuldigd. Artikel 137 is niet van toepassing.

Lid 2

De partij die de rekening bijhoudt, sluit deze jaarlijks af en deelt het op dat tijdstip verschuldigde saldo mede aan de wederpartij met opgave van de aan deze nog niet eerder medegedeelde posten waaruit het is samengesteld.

Lid 3

Indien de wederpartij niet binnen redelijke tijd tegen het ingevolge het vorige lid medegedeelde saldo protesteert, geldt dit als tussen partijen vastgesteld.

Lid 4

Na vaststelling van het saldo kan ten aanzien van de afzonderlijke posten geen beroep meer worden gedaan op het intreden van verjaring of op het verstrijken van een vervaltermijn. De rechtsvordering tot betaling van het saldo verjaart door verloop van vijf jaren na de dag, volgende op die waarop de rekening is geëindigd en het saldo opeisbaar is geworden.

Lid 5

Uit de tussen partijen bestaande rechtsverhouding kan anders voortvloeien dan in de vorige leden is bepaald.

Recente uitspraken

Art. 6:140 BW is sinds 1998 in 131 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Rotterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2026:390 — 13-03-2026 Hoge Raad
    Insolventierecht. Faillissementsrecht. Verrekening. Art. 54 Fw. Geschil over verrekening van schuld van bank als gevolg van creditering van inkomende betaling na peildatum van art. 54 Fw met vordering van bank die door uitvoering van betalingsopdrachten (uitgaande betalingen)…
  • ECLI:NL:HR:2020:1136 — 26-06-2020 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst met betrekking tot samenwerkingsverband. Beëindigingsovereenkomst. Dwaling. Verrekening; art. 6:140 lid 3 BW. Motiveringsklachten.
  • ECLI:NL:HR:2020:308 — 21-02-2020 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst van geldlening. Verrekening; art. 6:140 BW.
  • ECLI:NL:HR:2019:204 — 08-02-2019 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Vennootschapsrecht. Rekening-courantverhouding tussen (vennoten van) vennootschap onder firma en BV. Beëindiging v.o.f. Kan vennoot worden aangesproken tot betaling rekening-courantschuld? Verjaring? Art. 6:140 BW.
  • ECLI:NL:HR:2015:401 — 20-02-2015 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Summierlijk blijken van vorderingsrecht. Uitkering en boeking in rekening-courantverhouding. Klachten onder meer over strijd met art. 2:247 BW en art. 6:140 BW.

Bekijk alle 131 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.