ECLI:NL:HR:2020:1136

Datum uitspraak
26-06-2020
Instantie
Hoge Raad
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Zaaknummer
19/01276
Type
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Overeenkomst met betrekking tot samenwerkingsverband. Beëindigingsovereenkomst. Dwaling. Verrekening; art. 6:140 lid 3 BW. Motiveringsklachten.

Wetsartikelen die in deze uitspraak worden aangehaald

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 19/01276

Datum 26 juni 2020

ARREST

In de zaak van

1. VREBAMELKVEE B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [eiseres 2] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [eiseres 3] B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

4. [eiseres 4],gevestigd te [vestigingsplaats],

5. [eiser 5],wonende te [woonplaats],

6. [eiser 6],wonende te [woonplaats],

7. [eiser 7],wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: Vrebamelkvee c.s.,

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

1. De Maatschap [verweerster 1],gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [verweerster 2],wonende te [woonplaats],

3. [verweerder 3],wonende te [woonplaats],

4. [verweerder 4],wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: [verweerders],

advocaat: M.E.M.G. Peletier.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. het vonnis in de zaak C/03/196237 / HA ZA 14-548 van de rechtbank Limburg van 13 april 2016;

  2. de arresten in de zaak 200.196.085/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 oktober 2016, 31 oktober 2017 en 11 december 2018.

Vrebamelkvee c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 11 december 2018 beroep in cassatie ingesteld.

[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Vrebamelkvee c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt Vrebamelkvee c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Vrebamelkvee c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 26 juni 2020.

Andere uitspraken die naar dezelfde wetsartikelen verwijzen

Tekst: Rechtspraak.nl (gepseudonimiseerd). Links naar wetsartikelen en uitspraken zijn toegevoegd door wetboek.org. Origineel op uitspraken.rechtspraak.nl »