Art. 6:127 Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 1
Wanneer een schuldenaar die de bevoegdheid tot verrekening heeft, aan zijn schuldeiser verklaart dat hij zijn schuld met een vordering verrekent, gaan beide verbintenissen tot hun gemeenschappelijk beloop teniet.
Lid 2
Een schuldenaar heeft de bevoegdheid tot verrekening, wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering.
Lid 3
De bevoegdheid tot verrekening bestaat niet ten aanzien van een vordering en een schuld die in van elkaar gescheiden vermogens vallen.
Recente uitspraken
Art. 6:127 BW is sinds 2001 in 832 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:HR:2026:93 — 23-01-2026 Hoge Raad
Verbintenissenrecht; verjaring; verrekening (art. 6:127 BW; art. 6:131 BW). Geschil tussen exploitant stadsverwarming en belangenstichting over verschuldigdheid periodieke aansluitbijdrage. Zie uitspraak in parallelle zaak 24/03826; ECLI:NL:HR:2026:94. - ECLI:NL:HR:2024:1780 — 29-11-2024 Hoge Raad
Prejudiciële beslissing (art. 392 Rv). Huurrecht; Europees consumentenrecht. Richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn 93/13/EEG). Huurprijswijzigingsbeding; indexatiebeding en opslagbeding. - ECLI:NL:HR:2023:1135 — 25-08-2023 Hoge Raad
Sprongcassatie. Faillissementsrecht; verrekening. 'niet te goeder trouw' als bedoeld in art. 54 lid 1 Fw en art. 235 lid 1 Fw; art. 3:11 BW. Reikwijdte verruimende uitzondering op beperkte verrekeningsbevoegdheid van banken (HR 17 februari 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1641 (Mulder… - ECLI:NL:HR:2022:931 — 24-06-2022 Hoge Raad
Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Art. 6:127 lid 1 BW. Verrekeningsverklaring. Art. 45 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. Kan verhuurder beslag leggen op huurtoeslag van huurder voor ‘oude’ huurschuld? Strekt beslag ook tot verhaal van rente en kosten? - ECLI:NL:HR:2022:339 — 22-03-2022 Hoge Raad
Faillissementsfraude. Bedrieglijke bankbreuk door bestuurder van rechtspersoon, art. 343.3 (oud) Sr. 1. Bevoordelen schuldeisers op een tijdstip waarop verdachte wist dat faillissement niet kon worden voorkomen. 2. Heeft verdachte opzet op verkorting van rechten van…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.