Art. 6:268 Burgerlijk Wetboek Boek 6

De bevoegdheid tot buitengerechtelijke ontbinding vervalt door verjaring van de rechtsvordering tot ontbinding. De verjaring staat niet in de weg aan gerechtelijke of buitengerechtelijke ontbinding ter afwering van een op de overeenkomst steunende rechtsvordering of andere rechtsmaatregel.

Recente uitspraken

Art. 6:268 BW is sinds 2005 in 17 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Overijssel en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2025:1685 — 14-11-2025 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Stuiting verjaring rechtsvordering tot ontbinding, art. 3:317 BW. Volstaat schriftelijke mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud recht? Betekenis HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4919.
  • ECLI:NL:GHAMS:2023:3111 — 12-12-2023 Hof Amsterdam
    Beroepsaansprakelijkheid advocaat; schade als gevolg van beroepsfout tijdens procedure; vordering van derde onherroepelijk in rechte vastgesteld. Bij de beoordeling of de door appellante gevorderde schade - die gerelateerd is aan de vordering van een derde op haar - voor…
  • ECLI:NL:GHSHE:2023:2462 — 25-07-2023 Hof 's-Hertogenbosch
    zorgplicht accountant bij overnemen door opdrachtgever van de onderneming van een B.V. om deze in de vorm van een eenmanszaak te exploiteren.
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:310 — 08-02-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Sluiting van de verjaring door erkenning (artikel 3:318 BW)
  • ECLI:NL:GHAMS:2021:3858 — 07-12-2021 Hof Amsterdam
    Vorderingen uit hoofde van gestelde inbreuken op garanties en een winstrechtenovereenkomst. Vervolg op tussenarrest met bewijsopdrachten. Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:1389 en ECLI:NL:GHAMS:2020:163.

Bekijk alle 17 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.