Art. 6:214 Burgerlijk Wetboek Boek 6

Lid 1

Een overeenkomst door een der partijen gesloten in de uitoefening van haar bedrijf of beroep, is behalve aan de wettelijke bepalingen ook onderworpen aan een standaardregeling, wanneer voor de bedrijfstak waartoe het bedrijf behoort, of voor het beroep ten aanzien van zodanige overeenkomst een standaardregeling geldt. De bijzondere soorten van overeenkomsten waarvoor standaardregelingen kunnen worden vastgesteld en de bedrijfstak of het beroep, waarvoor elk dezer regelingen bestemd is te gelden, worden bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.

Lid 2

Een standaardregeling wordt vastgesteld, gewijzigd en ingetrokken door een daartoe door Onze Minister van Justitie te benoemen commissie. Bij de wet worden nadere regelen gesteld omtrent de wijze van samenstelling en de werkwijze van de commissies.

Lid 3

De vaststelling, wijziging of intrekking van een standaardregeling wordt niet van kracht voordat zij door Ons is goedgekeurd en met Ons goedkeuringsbesluit in de Nederlandse Staatscourant is afgekondigd.

Lid 4

Bij een standaardregeling kan worden afgeweken van wettelijke bepalingen, voor zover daarvan ook afwijking bij overeenkomst, al of niet met inachtneming van een bepaalde vorm, is toegelaten. De vorige zin lijdt uitzondering, wanneer uit een wettelijke bepaling iets anders voortvloeit.

Lid 5

Partijen kunnen in hun overeenkomst van een standaardregeling afwijken. Een standaardregeling kan echter voor afwijking een bepaalde vorm voorschrijven.

Recente uitspraken

Art. 6:214 BW is sinds 2014 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hoge Raad en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2021:1804 — 03-12-2021 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Art. 7:768 BW; notarieel depot; 5%-regeling. Kan bankgarantie gezien de voorwaarden voor het inroepen ervan worden aangemerkt als vervangende zekerheid als bedoeld in art. 7:768 lid 3 BW? Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
  • ECLI:NL:HR:2016:726 — 22-04-2016 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Huurrecht. Vergoeding van verhuiskosten bij renovatie van huurwoning; art. 11g Besluit beheer sociale-huursector (oud), art. 7:220 leden 5-7 BW. Verhouding tot aanspraak op schadevergoeding bij dringende werkzaamheden (art. 7:220 lid 1 BW).…
  • ECLI:NL:GHAMS:2024:1247 — 07-05-2024 Hof Amsterdam
    Geïntimeerde is bestuurder van een vennootschap. Volgens appellanten is de vennootschap tekortgekomen in de nakoming van de aannemingsovereenkomst die bestond tussen hen en de vennootschap. Zij leggen in deze procedure bestuurdersaansprakelijkheid aan hun vorderingen ten…
  • ECLI:NL:GHARL:2022:572 — 25-01-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Aanneming van werk; waarschuwingsplicht ex art. 7:755 BW, oplevering (art. 7:758 BW), vervolg op: ECLI:NL:GHARL:2019:10171.
  • ECLI:NL:GHARL:2017:9825 — 14-11-2017 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Huurrecht Woonruimte. Vervolg op HR 22 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:726, NJ 2016/449. De verhuizing tijdens de werkzaamheden aan de huurwoning was noodzakelijk door de renovatiewerkzaamheden. De huurder heeft recht op de forfaitaire verhuiskostenvergoeding.

Bekijk alle 9 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.