Art. 6:194 Burgerlijk Wetboek Boek 6

Lid 1

Hij die omtrent goederen of diensten die door hem of degene ten behoeve van wie hij handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf worden aangeboden, een mededeling openbaar maakt of laat openbaar maken, handelt onrechtmatig jegens een ander die handelt in de uitoefening van zijn bedrijf, indien deze mededeling in een of meer opzichten misleidend is, zoals ten aanzien van:

  1. de aard, samenstelling, hoeveelheid, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden;

  2. de herkomst, de wijze op het tijdstip van vervaardigen;

  3. de omvang van de voorraad;

  4. de prijs of de wijze van berekenen daarvan;

  5. de aanleiding of het doel van de aanbieding;

  6. de toegekende onderscheidingen, getuigschriften of andere door derden uitgebrachte beoordelingen of gedane verklaringen, of de gebezigde wetenschappelijke of vaktermen, technische bevindingen of statistische gegevens;

  7. de voorwaarden, waaronder goederen worden geleverd of diensten worden verricht of de betaling plaatsvindt;

  8. de omvang, inhoud of tijdsduur van de garantie;

  9. de identiteit, hoedanigheden, bekwaamheid of bevoegdheid en degene door wie, onder wiens leiding of toezicht of met wiens medewerking de goederen zijn of worden vervaardigd of aangeboden of de diensten worden verricht.

Lid 2

Een mededeling, openbaar of specifiek gericht op een ander, is in ieder geval misleidend indien sprake is van een misleidende omissie, waarbij essentiële informatie welke hij die handelt in de uitoefening van een beroep, bedrijf of organisatie, nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, wordt weggelaten, waardoor hij die handelt in de uitoefening van een beroep, bedrijf of organisatie, een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.

Lid 3

Van een misleidende omissie is eveneens sprake indien essentiële informatie als bedoeld in lid 2 verborgen wordt gehouden of op onduidelijke, onbegrijpelijke, dubbelzinnige wijze dan wel laat verstrekt of gepresenteerd wordt, of het commerciële oogmerk, indien dit niet reeds duidelijk uit de context blijkt, niet laat blijken, waardoor hij die handelt in de uitoefening van een beroep, bedrijf of organisatie, een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.

Lid 4

Bij de beoordeling of sprake is van een misleidende omissie als bedoeld in lid 2 en 3, zijn artikel 193d, lid 4, en artikel 193e, onderdelen a tot en met d, van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 6:194 BW is sinds 2000 in 325 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Rotterdam en Rb. Den Haag.

  • ECLI:NL:HR:2011:BQ4830 — 08-07-2011 Hoge Raad
    Effectenrecht. Beursintroductie van aandeel Via Net waarvan de prijs kort na de eerste handelsdag is ingezakt. Collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW. Ontvankelijkheid stichting. Bij uitleg cessieakte te hanteren maatstaf. Emissieadvertentie noch prospectus misleidend.…
  • ECLI:NL:HR:2010:BO1979 — 17-12-2010 Hoge Raad
    Onrechtmatige daad; Wet toezicht effectenverkeer (artt. 1 en 7 Wte); misleidende reclame (art. 6:194 BW). Gedupeerde derden door investeringen (koop van appartementsrechten en koop van aandelen) in afgeblazen vastgoedproject. Miskenning feitelijke grondslag vordering door hof.…
  • ECLI:NL:HR:2009:BH2162 — 27-11-2009 Hoge Raad
    Effectenrecht/verbintenissenrecht. Prospectusaansprakelijkheid. Volgende onderwerpen komen aan de orde: A. ontvankelijkheid Stichting; cessie en lastgeving; B. collectieve actie als bedoeld in art. 3:305a BW; C. algemene uitgangspunten prospectusaansprakelijkheid bij…
  • ECLI:NL:HR:2009:BI3408 — 10-07-2009 Hoge Raad
    Verbintenissenrecht. Cashback-actie; aanprijzingen in koopadvertenties; recht op terugbetaling van koopprijs volgens voorwaarden van cashbackovereenkomst; opgewekt vertrouwen, oplettendheid kopers; betekenis van aanduiding “borg” in overeenkomst, uitleg.
  • ECLI:NL:HR:2009:BH2822 — 05-06-2009 Hoge Raad
    Effectenlease; proefproces. Aansprakelijkheid effecteninstelling wegens schending zorgplicht bij aanbieden effectenleaseproduct (‘Sprintplan’) door niet te waarschuwen voor daaraan verbonden restschuldrisico en niet de inkomens- en vermogenspositie van belegger te onderzoeken.…

Bekijk alle 325 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.