Art. 6:194a Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 1
Onder vergelijkende reclame wordt verstaan elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd.
Lid 2
Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op voorwaarde dat deze:
niet misleidend of een misleidende handelspraktijk als bedoeld in de artikelen 193c tot en met 193g is;
goederen of diensten vergelijkt die in dezelfde behoeften voorzien of voor hetzelfde doel zijn bestemd;
op objectieve wijze een of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze goederen en diensten, zoals de prijs, met elkaar vergelijkt;
er niet toe leidt dat op de markt de adverteerder wordt verward met een concurrent, of de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen of diensten van de adverteerder met die van een concurrent;
niet de goede naam schaadt van of zich niet kleinerend uitlaat over de merken, handelsnamen, andere onderscheidende kenmerken, goederen, diensten, activiteiten of omstandigheden van een concurrent;
voor producten met een benaming van oorsprong in elk geval betrekking heeft op producten met dezelfde benaming;
geen oneerlijk voordeel oplevert ten gevolge van de bekendheid van een merk, handelsnaam of andere onderscheidende kenmerken van een concurrent dan wel van de oorsprongsbenamingen van concurrerende producten; en
niet goederen of diensten voorstelt als een imitatie of namaak van goederen of diensten met een beschermd merk of beschermde handelsnaam.
Lid 3
Elke vergelijking die verwijst naar een speciale aanbieding, moet duidelijk en ondubbelzinnig het einde en, zo de speciale aanbieding nog niet loopt, het begin aangeven van de periode gedurende welke de speciale prijs of andere specifieke voorwaarden gelden dan wel vermelden dat de speciale aanbieding loopt zo lang de voorraad strekt of de diensten kunnen worden verleend.
Recente uitspraken
Art. 6:194a BW is sinds 2002 in 120 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Den Haag en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2026:919 — 12-06-2026 Hoge Raad
Onrechtmatige daad. Oneerlijke handelspraktijken, misleidende en vergelijkende reclame, art. 6:194a BW, ongeoorloofdheid, uitleg uitspraak, motivering. - ECLI:NL:HR:2026:847 — 05-06-2026 Hoge Raad
Intellectuele eigendom. Onrechtmatige daad, oneerlijke handelspraktijken, misleidende en vergelijkende reclame. Mededingingsrecht, misbruik (economische) machtspositie, art. 102 VWEU en art. 24 Mededingingswet, afbakening relevante markt, stelplicht en bewijslast, art. 2… - ECLI:NL:HR:2017:218 — 10-02-2017 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Appelprocesrecht. Zijn uitlatingen in brief van vereniging aan leden onrechtmatig jegens andere vereniging? Beroep op ongeoorloofde vergelijkende reclame (art. 6:194a BW); maatstaf; nieuwe grief bij pleidooi in appel? - ECLI:NL:GHAMS:2025:2693 — 07-10-2025 Hof Amsterdam
Executiegeschil. Voldaan aan rectificatie? Dwangsommen, op één uitzondering na, niet verbeurd. Verbod tot het doen van uitlatingen zoals die door het hof als onrechtmatig zijn aangemerkt. - ECLI:NL:GHDHA:2025:735 — 08-04-2025 Hof Den Haag
merkenrecht (gegronde reden); oneerlijke handelspraktijk
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.