Art. 6:173 Burgerlijk Wetboek Boek 6

Lid 1

De bezitter van een roerende zaak waarvan bekend is dat zij, zo zij niet voldoet aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden aan de zaak mag stellen, een bijzonder gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van ontstaan daarvan zou hebben gekend.

Lid 2

Indien de zaak niet aan de in het vorige lid bedoelde eisen voldoet wegens een gebrek als bedoeld in afdeling 3 van titel 3, bestaat geen aansprakelijkheid op grond van het vorige lid voor schade als in die afdeling bedoeld, tenzij

  1. alle omstandigheden in aanmerking genomen, aannemelijk is dat het gebrek niet bestond op het tijdstip waarop het produkt in het verkeer is gebracht of dat het gebrek op een later tijdstip is ontstaan; of

  2. het betreft zaakschade ter zake waarvan krachtens afdeling 3 van titel 3 geen recht op vergoeding bestaat op grond van de in die afdeling geregelde franchise.

Lid 3

De vorige leden zijn niet van toepassing op dieren, schepen en luchtvaartuigen.

Recente uitspraken

Art. 6:173 BW is sinds 1994 in 133 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2019:1278 — 19-07-2019 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art. 6:162 BW; art. 6:98 BW). Exploitant als bedoeld in art. 6:177 lid 2 BW.…
  • ECLI:NL:HR:2017:1149 — 23-06-2017 Hoge Raad
    Onrechtmatige daad. Brand ontstaan tijdens sloopwerkzaamheden op Sint Maarten. Verzekeraars vorderen aan verzekerde uitgekeerd schadebedrag van hoofdaannemer en onderaannemers. Is oorzaak brand gelegen in gebrekkige compressor? Art. 6:173 BW Sint Maarten. Omkering bewijslast?…
  • ECLI:NL:HR:2013:BY6111 — 08-02-2013 Hoge Raad
    Kort geding. Vordering in kort geding op grond van art. 843a Rv mogelijk tijdens een lopende bodemprocedure?
  • ECLI:NL:HR:2006:AY7920 — 29-09-2006 Hoge Raad
    Geschil tussen een deelnemer aan de Postcodeloterij die door tijdelijke incassoblokkade wegens ongeoorloofde debetstand bij een trekking prijzengeld is misgelopen (zie C05/178), en Interpay die met de verwerking van het interbancair betalingsverkeer was belast (81 RO).
  • ECLI:NL:HR:2006:AY7919 — 29-09-2006 Hoge Raad
    Geschil tussen Nationale Postcode Loterij en een deelnemer die door tijdelijke incassoblokkade wegens ongeoorloofde debetstand bij een trekking prijzengeld is misgelopen (81 RO).

Bekijk alle 133 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.