Art. 6:176 Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 1
De exploitant van een stortplaats is aansprakelijk voor de schade die voor of na de sluiting van de stortplaats ontstaat als gevolg van verontreiniging van lucht, water of bodem met de daar voor die sluiting gestorte stoffen.
Lid 2
In dit artikel wordt onder exploitant van een stortplaats verstaan:
degene voor wie een omgevingsvergunning geldt als bedoeld in artikel 5.1 lid 2 aanhef en onder b van de Omgevingswet om op het in lid 6 bedoelde terrein een stortplaats op te richten, te veranderen of de werking daarvan te veranderen of in werking te hebben;
een ieder die de stortplaats exploiteert zonder dat voor hem een zodanige vergunning geldt.
Lid 3
Indien na het bekend worden van de schade een ander exploitant van de stortplaats wordt, blijft de aansprakelijkheid voor die schade rusten op degene die tijdens dit bekend worden exploitant was.
Lid 4
Indien de schade is bekend geworden na de sluiting van de stortplaats, rust de aansprakelijkheid op degene die de laatste exploitant was. Geen aansprakelijkheid op grond van dit artikel bestaat, wanneer op het tijdstip waarop de schade bekend wordt, meer dan twintig jaren waren verstreken nadat de stortplaats was gesloten met inachtneming van de geldende overheidsvoorschriften, of de schade een gevolg is van gebruik van de grond in strijd met hetgeen wegens de aanwezigheid van de gesloten stortplaats omtrent dit gebruik is voorgeschreven.
Lid 5
Indien de exploitatie als stortplaats wettelijk is toegelaten, zijn degenen die de stoffen waardoor de verontreiniging is opgetreden, daar hebben gestort of doen storten, noch aansprakelijk krachtens artikel 175, noch krachtens afdeling 4 van titel 6, 4 van titel 11, 1 van titel 14 of 4 van titel 19 van Boek 8. Indien op de stortplaats een zaak als bedoeld in artikel 173 of een stof als bedoeld in artikel 175 is gestort, rust de aansprakelijkheid uit die artikelen op degene die krachtens de voorgaande leden als exploitant van de stortplaats aansprakelijk is.
Lid 6
Onder stortplaats is begrepen elk terrein dat door de exploitant daarvan is bestemd voor het storten van al of niet verpakte, geheel of ten dele van anderen afkomstige stoffen met als doel dat de exploitant of die anderen zich van die stoffen ontdoen door ze daar op of in de bodem te brengen. Onder storten wordt mede begrepen elke vorm van deponeren of afgeven van de stof op de stortplaats.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 6:176 BW is sinds 2008 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Leeuwarden, Hoge Raad en Rb. Arnhem.
- ECLI:NL:HR:2019:1278 — 19-07-2019 Hoge Raad
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Aardbevingsschade in Groningen. Gronden voor aansprakelijkheid. Verband tussen aansprakelijkheidsgrond en omvang schadevergoedingsverplichting (art. 6:177 BW; art. 6:162 BW; art. 6:98 BW). Exploitant als bedoeld in art. 6:177 lid 2 BW.… - ECLI:NL:GHLEE:2008:BG4800 — 18-11-2008 Hof Leeuwarden
Milieu-aansprakelijkheid (art. 6:175, 6:176 en 6:162 BW). Aansprakelijkheid van eigenaar rioolwaterzuiveringsinstallatie voor schade aan omringende percelen. Vordering afgewezen. - ECLI:NL:RBARN:2010:BO3315 — 20-10-2010 Rb. Arnhem
Bodemverontreiniging. De kern van de kwestie is of het handelen van de gemeente (storten van puin, bouw- en of sloopafval met toestemming van de toenmalige eigenaar van het perceel voor functionele ophoging) onrechtmatig was jegens latere eigenaren, gezien de haar kenbare… - ECLI:NL:RBHAA:2008:BF0231 — 09-07-2008 Rb. Haarlem
Onrechtmatige daad. Gasexplosies in middenspanningsstations windmolenpark gelegen aan de rand van (voormalige) vuilstortplaats. Onrechtmatig handelen door niet nemen van benodigde veiligheidsmaatregelen en nalaten hiernaar onderzoek te doen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.