Art. 6:168 Burgerlijk Wetboek Boek 6
Lid 1
De rechter kan een vordering, strekkende tot verbod van een onrechtmatige gedraging, afwijzen op de grond dat deze gedraging op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen behoort te worden geduld. De benadeelde behoudt zijn recht op vergoeding van de schade overeenkomstig de onderhavige titel.
Lid 2
In het geval van artikel 170 is de ondergeschikte voor deze schade niet aansprakelijk.
Lid 3
Wordt aan een veroordeling tot schadevergoeding of tot het stellen van zekerheid daarvoor niet voldaan, dan kan de rechter alsnog een verbod van de gedraging opleggen.
Recente uitspraken
Art. 6:168 BW is sinds 1999 in 35 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Rb. Zeeland-West-Brabant en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2003:AE5149 — 28-03-2003 Hoge Raad
- - ECLI:NL:HR:1999:AA3841 — 10-12-1999 Hoge Raad
- - ECLI:NL:RVS:2024:3420 — 21-08-2024 Raad van State
Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Snijders over de vraag welke gevolgen een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel kan hebben. Het gaat dan specifiek om gevallen waarin het bestuursorgaan ondanks het gewekte vertrouwen aan andere, zwaarder wegende belangen voorrang… - ECLI:NL:OGHACMB:2023:278 — 12-12-2023 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
De door CFSS verzochte – en door het Land geweigerde – plaatsing op de lijst van erkende installatie- en onderhoudsbedrijven voor technische installaties voor brandveiligheid - ECLI:NL:OGHACMB:2022:289 — 28-06-2022 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
onrechtmatige hinder; stankoverlast van pluimveebedrijf in woonwijk; hinderwetvergunning; onrechtmatige hinder; relativiteitsvereiste van art. 6:163 BW; afstemmingsregel; bestuursrechter; formele rechtskracht.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.