Art. 6:209 Burgerlijk Wetboek Boek 6
Op de onbekwame die een onverschuldigde betaling heeft ontvangen, rusten de in deze afdeling omschreven verplichtingen slechts, voor zover het ontvangene hem tot werkelijk voordeel heeft gestrekt of in de macht van zijn wettelijke vertegenwoordiger is gekomen.
Recente uitspraken
Art. 6:209 BW is sinds 2006 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Arnhem en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:GHARL:2020:3036 — 14-04-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden
Vernietiging door curator van door curandus gesloten overeenkomst. Wederpartij van de curandus vordert vergoeding van de waarde van de door hem verrichte prestatie. Ongedaanmakingsverplichting rust slechts dan op de handelingsonbekwame als het ontvangene hem “tot werkelijk… - ECLI:NL:GHARN:2008:BG0442 — 23-09-2008 Hof Arnhem
Het hoger beroep legt het hof de vraag voor of, en zo ja: in hoeverre, [appellant] het bedrag van € 16.090,- dat op 26 augustus 2003 op zijn (Postbank-)rekening is bijgeschreven uit hoofde van onverschuldigde betaling aan de bank moet terugbetalen. In dat verband staat als door… - ECLI:NL:RBMNE:2019:6222 — 24-12-2019 Rb. Midden-Nederland
Appartementsrecht. Nietigheid besluiten tot vaststelling van verenigingsbijdragen. Deze nietigheid treft ook het besluit om de gevolgen van de nietige besluiten niet te corrigeren. - ECLI:NL:RBZLY:2006:AY5733 — 31-05-2006 Rb. Zwolle-Lelystad
Op postbankrekening van minderjarige wordt door middel van telefonische overboeking een bedrag van € 16.090,00 bijgeschreven. Binnen enkele dagen wordt dat bedrag – nagenoeg – geheel opgenomen met de pinpas van de minderjarige. Die stelt deze opnames niet zelf te hebben gedaan,…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.