Art. 6:198 Burgerlijk Wetboek Boek 6
Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen.
Recente uitspraken
Art. 6:198 BW is sinds 1995 in 138 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Midden-Nederland.
- ECLI:NL:HR:2018:913 — 15-06-2018 Hoge Raad
art. 8:24 Awb jo. art. 29 AWR. Zaakwaarneming (art. 6:198 BW). Kan een belanghebbende in het geding worden vertegenwoordigd door een zaakwaarnemer? Vergoeding immateriële schade (HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252, BNB 2016/140). - ECLI:NL:HR:2015:1741 — 26-06-2015 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Sloop van gedeeltelijk gezonken kotter. Zaakwaarneming (art. 6:198 BW). - ECLI:NL:HR:2014:766 — 28-03-2014 Hoge Raad
Prejudiciële vraag. Collectieve actie. Stuiting verjaring. Art. 3:317 lid 1 BW. Kan een rechtspersoon, bedoeld in art. 3:305a BW, de verjaring stuiten van rechtsvorderingen van personen wier belangen hij behartigt? Strekking collectieve actie. HR 26 februari 2010,… - ECLI:NL:HR:1995:AA1541 — 05-04-1995 Hoge Raad
- - ECLI:NL:CRVB:2026:1226 — 16-09-2026 CRvB
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante als (bedrijfstak)pensioenfonds niet op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb als belanghebbende bij een aanvraag om uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW kan worden aangemerkt.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.