Art. 5:61 Burgerlijk Wetboek Boek 5

Lid 1

Mandeligheid die is ontstaan ingevolge het vorige artikel, eindigt:

  1. wanneer de gemeenschap eindigt;

  2. wanneer de bestemming van de zaak tot gemeenschappelijk nut van de erven wordt opgeheven bij een tussen de mede-eigenaars opgemaakte notariële akte, gevolgd door inschrijving daarvan in de openbare registers;

  3. zodra het nut van de zaak voor elk van de erven is geëindigd.

Lid 2

Het feit dat het nut van de zaak voor elk van de erven is geëindigd, kan in de openbare registers worden ingeschreven.

Recente uitspraken

Art. 5:61 BW is sinds 2020 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Gelderland en Rb. Zeeland-West-Brabant.

  • ECLI:NL:GHARL:2024:4799 — 23-07-2024 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Rattenplaag. Partijen zijn buren van elkaar. De ene buur klaagt de ander aan op grond van onrechtmatig handelen. Hem wordt verweten niet adequaat te hebben ingegrepen om een rattenplaag te bestrijden. Onrechtmatige daad, eigen schuld en omvang van de schade.
  • ECLI:NL:RBZWB:2026:1402 — 04-03-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Vordering tot verdeling van een perceel wordt afgewezen omdat het perceel mandelig is (artikel 5:63 lid 2 BW). Eiser komt ook geen beroep toe op afspraak tussen zijn rechtsvoorganger en gedaagde aangezien dit geen beheersregeling is in de zin van artikel 3:168 lid 3 BW.
  • ECLI:NL:RBGEL:2020:2385 — 29-04-2020 Rb. Gelderland
    Hinder door beplantingen naburig perceel. Vereisten vordering verwijdering overhangende takken. Wanneer is er sprake van een inbreuk? Te hoge coniferen? Boom of heester? Wetsgeschiedenis. Ontwerp 1898. Geen sprake van een boom. Hedera in gaas is heester.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.