Art. 5:95 Burgerlijk Wetboek Boek 5

Tot het instellen van rechtsvorderingen en het indienen van verzoeken ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak die zowel het recht van de eigenaar als dat van de erfpachter betreft, is ieder van hen bevoegd, mits hij zorg draagt dat de ander tijdig in het geding wordt geroepen.

Recente uitspraken

Art. 5:95 BW is sinds 2003 in 16 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, Rb. Rotterdam en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2003:AF2159 — 07-03-2003 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHARL:2023:6346 — 25-07-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Vordering van gemeente tot verwijdering van erfafscheiding van perceel van de gemeente ook in hoger beroep toewijsbaar, maar alleen voor zover vordering is ingesteld tegen de eigenaar van het belendende perceel.
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:3336 — 04-10-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Erfpacht, oproeping als bedoeld in artikel 5:95 BW, niet voldaan aan vereisten voor onrechtmatige daad als bedoeld in artikel 6:162 BW.
  • ECLI:NL:GHSHE:2007:BA6822 — 22-05-2007 Hof 's-Hertogenbosch
    In eerste aanleg heeft geïntimeerde appellante en [bedrijf 2] tezamen gedagvaard. Geïntimeerde stelde zich op het standpunt dat zij een partij staal had gekocht van appellante (welke partij appellante in de visie van geïntimeerde had gekocht van [bedrijf 2]), waarvan de levering…
  • ECLI:NL:OGEAA:2025:274 — 17-09-2025 Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
    Het Land wordt bevolen om mee te werken aan het verlijden van de notariële akte van erfpachtverlening conform de tussen partijen overeengekomen overeenkomst tot verlenging van erfpachtrechten, op straffe van verbeurte dwangsom. Artikel 3:300 lid 2 BW.

Bekijk alle 16 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.