Art. 5:93 Burgerlijk Wetboek Boek 5

Lid 1

De erfpachter is bevoegd de zaak waarop het recht van erfpacht rust, geheel of ten dele in ondererfpacht te geven, voor zover in de akte van vestiging niet anders is bepaald. Aan de ondererfpachter komen ten aanzien van de zaak niet meer bevoegdheden toe dan de erfpachter jegens de eigenaar heeft.

Lid 2

De ondererfpacht gaat bij het einde van de erfpacht teniet, tenzij deze eindigt door vermenging of afstand. De eigenaar kan voor de ter zake van de erfpacht verschuldigde canon het recht van erfpacht vrij van ondererfpacht uitwinnen. Het in de vorige zinnen van dit lid bepaalde geldt niet, indien de eigenaar bij een in de openbare registers ingeschreven notariële akte heeft verklaard met de vestiging van de ondererfpacht in te stemmen.

Lid 3

Voor de toepassing van de overige artikelen van deze titel wordt de erfpachter in zijn verhouding tot de ondererfpachter als eigenaar aangemerkt.

Recente uitspraken

Art. 5:93 BW is sinds 2020 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Rb. Noord-Holland en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:GHDHA:2023:1034 — 06-06-2023 Hof Den Haag
    Rechtsgeldige overdracht van recht van onderopstal? Toestemming opstalhouder vereist? Uitleg akte van vestiging.
  • ECLI:NL:RBNHO:2021:3314 — 22-04-2021 Rb. Noord-Holland
    Vordering tot ontruiming perceel in recreatiegebied Spaarnwoude. Toets 5:87 lid 2 BW. Is de ondererfpachter zo ernstig tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de ondererfpachtovereenkomst dat opzegging daarvan gerechtvaardigd was?
  • ECLI:NL:RBROT:2020:13089 — 29-05-2020 Rb. Rotterdam
    Kort geding, opheffen beslag. Geen overeenstemming verkoop erfpachtrecht en ondererfpacht. Geen voorkeursrecht. Ingeroepen recht summierlijk ondeugdelijk. Vordering tot opheffen beslag wordt toegewezen.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.