Art. 5:90 Burgerlijk Wetboek Boek 5
Lid 1
Voor zover niet in de akte van vestiging anders is bepaald, behoren vruchten die tijdens de duur der erfpacht zijn afgescheiden of opeisbaar geworden, en voordelen van roerende aard, die de zaak oplevert, aan de erfpachter.
Lid 2
Voordelen van onroerende aard behoren aan de eigenaar toe. Zij zijn eveneens aan de erfpacht onderworpen, tenzij in de akte van vestiging anders is bepaald.
Recente uitspraken
Art. 5:90 BW is sinds 2008 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Raad van State en Rb. Groningen.
- ECLI:NL:RVS:2024:4491 — 06-11-2024 Raad van State
Bij besluiten van 20 augustus 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant A] en [appellant B] ieder een schadevergoeding van € 1.891,12, vermeerderd met wettelijke rente, voor waardedaling van hun woning toegekend. Lefier heeft op 3 maart 1977 de eigendom… - ECLI:NL:RVS:2024:4079 — 09-10-2024 Raad van State
Bij besluiten van 20 augustus 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant A] en [appellant B] ieder een schadevergoeding van € 1.915,06, vermeerderd met wettelijke rente, voor waardedaling van hun woning toegekend. Lefier heeft op 3 maart 1977 de eigendom… - ECLI:NL:RBGRO:2008:BJ7373 — 17-09-2008 Rb. Groningen
Artikel 5:91 lid 4 BW. Vervangende toestemming van de kantonrechter voor vervreemding van het erfpachtsrecht. Meerwaarde ontstaan door waardevermeerdering van de percelen landbouwgrond waarop het erfpachtsrecht rust komt toe aan de erfpachter en niet aan de blote eigenaar.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.