Art. 5:13 Burgerlijk Wetboek Boek 5

Lid 1

Een schat komt voor gelijke delen toe aan degene die hem ontdekt, en aan de eigenaar van de onroerende of roerende zaak, waarin de schat wordt aangetroffen.

Lid 2

Een schat is een zaak van waarde, die zolang verborgen is geweest dat daardoor de eigenaar niet meer kan worden opgespoord.

Lid 3

De ontdekker is verplicht van zijn vondst aangifte te doen overeenkomstig artikel 5 lid 1 onder a. Indien geen aangifte is gedaan of onzeker is aan wie de zaak toekomt, kan de gemeente overeenkomstig artikel 5 lid 1 onder c vorderen dat deze aan haar in bewaring wordt gegeven, totdat vaststaat wie rechthebbende is.

Recente uitspraken

Art. 5:13 BW is sinds 2003 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Gelderland en Rb. Utrecht.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:1862 — 11-03-2026 Rb. Gelderland
    Erfgoedwet. Eigendomsverkrijging archeologische vondst van 700 vuurstenen afslagen. Is sprake van een toevelsvondst door een amateurarcheoloog (eiser) of van een vondst bij opgraving (5.7 Erfgoedwet). Verhouding tussen eigendomsverkrijging uit het Burgerlijk Wetboek en de…
  • ECLI:NL:RBUTR:2003:AF4007 — 05-02-2003 Rb. Utrecht
    -

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.