Art. 5:34 Burgerlijk Wetboek Boek 5

De oeverlijn in de zin van de vorige vijf artikelen wordt bepaald door de normale waterstand, of, bij wateren waarvan het peil periodiek wisselt, door de normale hoogwaterstand. Grond, met andere dan gewoonlijk in het water levende planten begroeid, wordt echter gerekend aan de landzijde van de oeverlijn te liggen, ook al wordt die grond bij hoogwater overstroomd.

Recente uitspraken

Art. 5:34 BW is sinds 2018 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Gerecht in eerste aanleg van Curaçao en Rb. Overijssel.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:1810 — 25-03-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Vordering tegen eigenaar van buurperceel op grond van artikel 5:59 BW om onderhoud te verrichten aan waterpartij. Het hof oordeelt dat dat artikel om twee redenen niet van toepassing is. In de eerste plaats is niet voldaan aan de eis van het in de lengterichting onder een…
  • ECLI:NL:RBOVE:2022:2313 — 22-06-2022 Rb. Overijssel
    Artikel 5:59 BW. Erfgrens inzake sloot die toegang geeft tot aan het water gelegen percelen. Geen misbruik van bevoegdheid. Geen sprake van bevrijdende verjaring waardoor een erfdienstbaarheid is ontstaan.
  • ECLI:NL:OGEAC:2018:308 — 17-12-2018 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
    Huurovereenkomst met vruchtgebruiker, einde (3:217 BW); schijn van volmachtverlening; (geen) inbezitneming en verkrijgende verjaring; bezit of houderschap in geval van grond van de overheid (ECLI:NL:OGHACMB:2018:31); vaststelling erfgrens, grondwinning, oeverlijn (5:29 e.v. BW)

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.