Art. 4:181 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Lid 1

De in de vorige artikelen bedoelde opzegging kan slechts geschieden door de rechthebbende, en dat wel schriftelijk en met inachtneming van een termijn van een maand.

Lid 2

De opzegging moet worden gericht tot de bewindvoerder en tot de belanghebbenden zo die er zijn.