Art. 4:7 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Lid 1

Schulden van de nalatenschap zijn:

  1. de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan, voor zover niet begrepen in onderdeel i;

  2. de kosten van lijkbezorging, voor zover zij in overeenstemming zijn met de omstandigheden van de overledene;

  3. de kosten van vereffening van de nalatenschap, met inbegrip van het loon van de vereffenaar;

  4. de kosten van executele, met inbegrip van het loon van de executeur;

  5. de schulden uit belastingen die ter zake van het openvallen der nalatenschap worden geheven, voor zover zij op de erfgenamen komen te rusten;

  6. de schulden die ontstaan door toepassing van afdeling 2 van titel 3;

  7. de schulden ter zake van legitieme porties waarop krachtens artikel 80 aanspraak wordt gemaakt;

  8. de schulden uit legaten welke op een of meer erfgenamen rusten;

  9. de schulden uit giften en andere handelingen die ingevolge artikel 126 worden aangemerkt als legaten.

Lid 2

Bij de voldoening van de schulden ten laste van de nalatenschap worden achtereenvolgens met voorrang voldaan:

  1. de schulden, bedoeld in lid 1 onder a tot en met e;

  2. de schulden, bedoeld in lid 1 onder f;

  3. de schulden, bedoeld in lid 1 onder g.

Ontbreken schulden als bedoeld in lid 1 onder f, dan worden eerst de schulden, bedoeld in lid 1 onder a tot en met c, en vervolgens de schulden, bedoeld in lid 1 onder d, e en g, met voorrang voldaan.

Lid 3

In de nalatenschap van de langstlevende ouder, bedoeld in artikel 20, en de stiefouder, bedoeld in artikel 22, wordt een verplichting tot overdracht van goederen als bedoeld in die artikelen met een schuld als bedoeld in lid 1 onder a gelijkgesteld.

Recente uitspraken

Art. 4:7 BW is sinds 2006 in 312 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Rotterdam en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:HR:2023:1166 — 08-09-2023 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Vraag of erfgenaam behalve tot executeur ook tot afwikkelingsbewindvoerder is benoemd. Bevoegdheden executeur. Kosten van executele (art. 4:7 lid 1, onder d, BW). Informatieplicht executeur (art. 4:148 BW).
  • ECLI:NL:HR:2022:1339 — 30-09-2022 Hoge Raad
    Erfrecht. Art. 4:126 BW. Art. 4:7 BW. Quasi-legaat? Omzetting van natuurlijke verbintenis in rechtens afdwingbare verbintenis. Strekking van de omzetting.
  • ECLI:NL:HR:2022:495 — 01-04-2022 Hoge Raad
    Procesrecht. Executeur roept erfgenamen als partij in het geding op grond van art. 118 Rv. Art. 4:145 BW. Ontvankelijkheid.
  • ECLI:NL:HR:2021:1272 — 17-09-2021 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw.
  • ECLI:NL:HR:2016:392 — 11-03-2016 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Erfrecht. Beroepsaansprakelijkheid van notaris als vereffenaar van beneficiair aanvaarde nalatenschap. Geschil over preferentie van vereffeningskosten (art. 4:7 BW) in onherroepelijk geworden uitdelingslijst. Heeft vereffenaar in strijd met…

Bekijk alle 312 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.