Art. 4:214 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Lid 1

Een vereffenaar roept de schuldeisers der nalatenschap, zo dit nog niet is geschied, openlijk op om hun vorderingen vóór een door de kantonrechter bepaalde datum bij de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, bij hemzelf in te dienen. De oproeping geschiedt op dezelfde wijze als de bekendmaking van de beneficiaire aanvaarding of de benoeming van de vereffenaar en zoveel mogelijk tegelijkertijd.

Lid 2

De vereffenaar moet bovendien de hem bekende schuldeisers der nalatenschap per brief oproepen. Is hem het adres van een schuldeiser der nalatenschap onbekend gebleven, dan deelt hij dit mede aan de kantonrechter.

Lid 3

Aanmelding van een vordering stuit de verjaring.

Lid 4

De vereffenaar geeft, indien hij zich met een ingediende vordering of een ingeroepen voorrang niet kan verenigen, daarvan onverwijld onder opgave van redenen kennis aan hem die de vordering heeft ingediend.

Lid 5

Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de bij de oproep der schuldeisers gestelde termijn legt de vereffenaar een lijst van de door hem erkende en betwiste vorderingen en aanspraken op voorrang ten kantore van de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank neer, ter inzage van de erfgenamen, de legatarissen en allen die zich als schuldeiser hebben aangemeld. Hij geeft ieder van hen van deze neerlegging kennis.

Recente uitspraken

Art. 4:214 BW is sinds 2003 in 41 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Rb. Zeeland-West-Brabant en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:HR:2021:1272 — 17-09-2021 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw.
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2495 — 21-07-2026 Hof Den Haag
    De vereffenaar heeft een spoedeisend belang dat door geïntimeerde het woonhuis wordt ontruimd. Geïntimeerde heeft geen huurcontract.
  • ECLI:NL:GHARL:2025:5529 — 09-09-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Erfrecht. Vervolg op HR 16 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:758. Beschikking na beantwoording prejudiciële vragen over de bewindvoerder en artikel 4:193 BW. Moet in dit geval de termijn van 3 maanden van artikel 4:193 BW buiten toepassing blijven (onaanvaardbaar naar maatstaven van…
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:1542 — 17-05-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Erfrecht. Verdeling nalatenschappen ouders.
  • ECLI:NL:GHSHE:2021:149 — 21-01-2021 Hof 's-Hertogenbosch
    Afwijzing verzoek tot ontslag door rechtbank benoemde vereffenaar.

Bekijk alle 41 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.