Art. 4:218 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Lid 1

Een vereffenaar is verplicht binnen zes maanden nadat de voor het indienen van vorderingen gestelde tijd is verstreken, een rekening en verantwoording benevens een uitdelingslijst ten kantore van de boedelnotaris of, indien deze ontbreekt, ter griffie van de rechtbank ter kennisneming van een ieder neer te leggen. De kantonrechter kan deze termijn verlengen.

Lid 2

De vereffenaar maakt de neerlegging op dezelfde wijze openlijk bekend als de oproep tot aanmelding van vorderingen en bovendien per brief aan de erfgenamen, de legatarissen en allen die zich als schuldeiser hebben aangemeld.

Lid 3

Binnen een maand na deze openlijke bekendmaking kan iedere belanghebbende tegen de rekening en verantwoording of tegen de uitdelingslijst bij de kantonrechter of, indien een rechter-commissaris is benoemd, bij de rechtbank in verzet komen.

Lid 4

Verbintenissen die tot levering van een goed der nalatenschap of tot vestiging van een beperkt recht op een zodanig goed verplichten, worden in een geldschuld omgezet, voor zover een tekort dit nodig maakt. Andere verbintenissen die niet in geld luiden, en verbintenissen onder een opschortende voorwaarde worden in de uitdelingslijst slechts op verzoek van de schuldeiser opgenomen; in dat geval worden zij omgezet in een geldschuld. De vordering van een legitimaris wordt, indien zij ingevolge artikel 81 lid 2, een voorwaarde als bedoeld in artikel 82 of een beschikking als bedoeld in artikel 83 niet opeisbaar is, niet in de uitdelingslijst opgenomen.

Lid 5

Voor het overige vinden bij de berekening van ieders vordering, het opmaken van de uitdelingslijst en het verzet daartegen de dienaangaande in de Faillissementswet voorkomende voorschriften zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 4:218 BW is sinds 2003 in 77 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Noord-Holland, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2023:1130 — 25-08-2023 Hoge Raad
    Erfrecht. Verzet tegen uitdelingslijst (art. 4:218 lid 3 BW). Cassatieberoep tegen uitspraak kantonrechter (art. 80 lid 1 RO). Legaat; peilmoment waardering (art. 4:6 BW).
  • ECLI:NL:HR:2023:145 — 03-02-2023 Hoge Raad
    Erfrecht. Vereffening van nalatenschap. Mogelijkheid van tussentijdse uitdelingen. Vraag in hoeverre vereffenaar bevoegd is tussentijdse uitdelingslijst in te trekken. Art. 4:218 BW; art. 180 lid 1 Fw.
  • ECLI:NL:HR:2022:1934 — 23-12-2022 Hoge Raad
    Procesrecht. Erfrecht. Vereffening nalatenschap; verzet tegen slotuitdelingslijst. Niet-ontvankelijkheid in verzet; art. 4:218 BW en art. 187 Fw. Kostenveroordeling in verzoekschriftprocedure; misbruik van procesrecht?
  • ECLI:NL:HR:2021:1272 — 17-09-2021 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw.
  • ECLI:NL:HR:2020:1311 — 17-07-2020 Hoge Raad
    Erfrecht; procesrecht. Vereffening nalatenschap. Is vereffenaar ontvankelijk in cassatieberoep? Beschikking op verzet waartegen slechts cassatieberoep openstaat (art. 4:218 lid 3 en lid 5 BW; art. 187 lid 1 Fw)? Geschil over aflegging van rekening en verantwoording (art. 1:374…

Bekijk alle 77 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.