Art. 4:206 Burgerlijk Wetboek Boek 4
Lid 1
De rechtbank beslist niet op het verzoek tot benoeming van een vereffenaar dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de verzoeker, alsmede voor zover zij bestaan en bekend zijn, van de erfgenamen, de boedelnotaris en de executeur.
Lid 2
De rechtbank kan als vereffenaar onder de nodige door haar te bepalen waarborgen een erfgenaam, een executeur of een andere persoon aanwijzen. Benoemt zij twee of meer vereffenaars, dan kan, tenzij bij de benoeming of later door de kantonrechter anders wordt bepaald, ieder van hen alle werkzaamheden alleen verrichten.
Lid 3
Een door de rechter benoemde vereffenaar heeft recht op het loon dat door de kantonrechter vóór het opmaken van de uitdelingslijst wordt vastgesteld.
Lid 4
Hij wordt vereffenaar op de dag, waarop de beslissing die de benoeming inhoudt in kracht van gewijsde is gegaan, of – zo deze uitvoerbaar bij voorraad is verklaard – daags nadat de griffier hem van zijn benoeming mededeling heeft gedaan.
Lid 5
Hij kan worden ontslagen hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een medevereffenaar, een erfgenaam, een schuldeiser van de nalatenschap of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de rechtbank voorlopige voorzieningen treffen en de vereffenaar schorsen. De taak van de vereffenaar eindigt door zijn dood, het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, zijn faillietverklaring, zijn ondercuratelestelling of indien een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 over een of meer van zijn goederen wordt ingesteld. De rechter benoemt een of meer vereffenaars waar dezen ontbreken voordat de vereffening is geëindigd; hij kan een opengevallen plaats doen bezetten.
Lid 6
De griffier doet de benoeming van een vereffenaar, alsmede het eindigen van zijn hoedanigheid onverwijld in het boedelregister inschrijven. De vereffenaar maakt haar bekend in de Staatscourant.
Recente uitspraken
Art. 4:206 BW is sinds 2005 in 225 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Noord-Holland en Rb. Limburg.
- ECLI:NL:HR:2021:1272 — 17-09-2021 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw. - ECLI:NL:GHAMS:2025:385 — 11-02-2025 Hof Amsterdam
afwikkeling nalatenschap. Beroep op legitieme portie. Waardering perceel met enkelvoudige woonbestemming. Advocaatkosten: vereffeningskosten of kosten van erfgenaam in privé. Vaststelling legitimaire massa alsmede aanspraken op legitieme door hof. Processuele complicatie:… - ECLI:NL:GHSHE:2025:157 — 23-01-2025 Hof 's-Hertogenbosch
artikel 4:204 lid 1 sub a BW / benoeming vereffenaar / omdat de nalatenschap onbeheerd wordt gelaten, bestaat er noodzaak om een vereffenaar te benoemen / bovendien is niet gebleken dat sprake is van zuivere aanvaarding / verweerster beschikte derhalve over de juiste… - ECLI:NL:GHAMS:2024:934 — 23-04-2024 Hof Amsterdam
Klacht tegen een notaris. De notaris als vereffenaar nalatenschap. Toetsnorm. Onderzoek naar schenkingen. Klacht ongegrond. - ECLI:NL:GHSHE:2024:290 — 01-02-2024 Hof 's-Hertogenbosch
Art. 4:206 lid 3 BW / Uitgaande van de ontvankelijkheid van de vereffenaar (als belanghebbende) ingestelde hoger beroep is het hof van oordeel dat de kantonrechter op juiste gronden heeft geoordeeld dat de door de mede-vereffenaar uitgevoerde werkzaamheden niet de verzochte…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.