Art. 4:202 Burgerlijk Wetboek Boek 4
Lid 1
Een nalatenschap wordt, behoudens het in artikel 221 bepaalde, overeenkomstig de in deze afdeling gegeven voorschriften vereffend:
wanneer zij door een of meer erfgenamen onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, tenzij er een tot voldoening van de opeisbare schulden en legaten bevoegde executeur is en deze kan aantonen dat de goederen der nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om alle schulden der nalatenschap te voldoen; geschillen dienaangaande worden door de kantonrechter beslist;
wanneer de rechtbank een vereffenaar heeft benoemd.
Lid 2
Indien het saldo van de nalatenschap positief is kan de wettelijke vertegenwoordiger van een erfgenaam die voor deze beneficiair heeft aanvaard de kantonrechter verzoeken om ontheffing van de verplichting om te vereffenen volgens de wet.
Lid 3
Een nalatenschap die overeenkomstig artikel 13 is verdeeld, wordt in afwijking van lid 1 onder a slechts vereffend volgens de wet wanneer de echtgenoot van de erflater haar beneficiair heeft aanvaard.
Recente uitspraken
Art. 4:202 BW is sinds 2003 in 159 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Limburg, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2025:758 — 16-05-2025 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Meerderjarigenbewind. Erfrecht. Is bewindvoerder die is benoemd op grond van art. 1:431 BW wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in art. 4:193 BW? Geldt voor verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere… - ECLI:NL:HR:2021:1272 — 17-09-2021 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw. - ECLI:NL:HR:2017:939 — 19-05-2017 Hoge Raad
Erfrecht. Procesrecht. Vordering tot verdeling van beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet is voltooid. Art. 4:202 lid 1, onder a, BW. Stelplicht. Regie van de rechter. Art. 22 Rv. - ECLI:NL:GHARL:2026:4578 — 14-07-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
Erfrecht. Daad van zuivere aanvaarding 4:192 lid 1 BW (oud). Geen sprake van ondubbelzinnig en zonder voorbehoud zich gedragen als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam. Omstandigheden van het geval. - ECLI:NL:GHSHE:2026:1399 — 02-06-2026 Hof 's-Hertogenbosch
Erfrecht. Procesbevoegdheid. Gezamenlijke bevoegdheid vereffenaars (art. 4:198 BW). Oproeping ex 118 Rv ontbrekende vereffenaar.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.