Art. 4:184 Burgerlijk Wetboek Boek 4
Lid 1
Schuldeisers van de nalatenschap kunnen hun vorderingen op de goederen der nalatenschap verhalen.
Lid 2
Een erfgenaam is niet verplicht een schuld der nalatenschap ten laste van zijn overig vermogen te voldoen, tenzij hij:
zuiver aanvaardt, behalve voor zover de schuld niet op hem rust of hij deze geheel of gedeeltelijk niet hoeft te voldoen ingevolge artikel 194a lid 2 en onverminderd de artikelen 14 lid 3 en 87 lid 5;
de voldoening van de schuld verhindert en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt;
opzettelijk goederen der nalatenschap zoek maakt, verbergt of op andere wijze aan het verhaal van schuldeisers der nalatenschap onttrekt; of
vereffenaar is, in de vervulling van zijn verplichtingen als zodanig in ernstige mate tekortschiet, en hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt.
Lid 3
In ieder geval kunnen, wanneer uit de nalatenschap een uitkering heeft plaatsgevonden aan een erfgenaam die de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, de schuldeisers van de nalatenschap zich op het vermogen van die erfgenaam verhalen tot de waarde van hetgeen hij uit de nalatenschap heeft verkregen. Artikel 223 lid 1 vindt daarbij overeenkomstige toepassing.
Lid 4
Hij die ingevolge lid 2 onder b of c met zijn gehele vermogen aansprakelijk is geworden, blijft dit ook na verwerping van de nalatenschap.
Lid 5
Lid 2 is van overeenkomstige toepassing op de verplichting van een erfgenaam tot nakoming van een last die bestaat uit een uitgave van geld of van een goed dat niet tot de nalatenschap behoort.
Recente uitspraken
Art. 4:184 BW is sinds 2006 in 109 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Rotterdam en Rb. Noord-Nederland.
- ECLI:NL:HR:2025:758 — 16-05-2025 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht. Meerderjarigenbewind. Erfrecht. Is bewindvoerder die is benoemd op grond van art. 1:431 BW wettelijke vertegenwoordiger als bedoeld in art. 4:193 BW? Geldt voor verwerping, beneficiaire aanvaarding en zuivere… - ECLI:NL:HR:2021:1272 — 17-09-2021 Hoge Raad
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Vereffening van nalatenschap. Vraag of rente over schulden van de nalatenschap buiten beschouwing dient te blijven op grond van overeenkomstige toepassing (ingevolge art. 4:218 lid 5 BW) van art. 128 Fw. - ECLI:NL:HR:2017:939 — 19-05-2017 Hoge Raad
Erfrecht. Procesrecht. Vordering tot verdeling van beneficiair aanvaarde nalatenschap waarvan de vereffening niet is voltooid. Art. 4:202 lid 1, onder a, BW. Stelplicht. Regie van de rechter. Art. 22 Rv. - ECLI:NL:HR:2013:BZ3643 — 17-05-2013 Hoge Raad
Taak executeur nalatenschap, art. 4:144 lid 1 BW. Voldoening schulden nalatenschap uit legaat, vermindering legaten, art. 4:120 BW; begunstiging door uitkering sommenverzekeraar, art. 4:126 lid 1 en 2, aanhef en onder b BW. Wijziging hoedanigheid executeur in vereffenaar na… - ECLI:NL:OGHACMB:2026:156 — 09-06-2026 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Aruba. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2025:157. Kosten van lijkbezorging. Verhaalbaarheid op de vermogens van de erfgenamen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.