Art. 4:32 Burgerlijk Wetboek Boek 4
De echtgenoot kan geen aanspraak maken op vestiging van het vruchtgebruik ingevolge de artikelen 29 en 30, wanneer een procedure tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed van de erflater en de echtgenoot meer dan een jaar voor het openvallen van de nalatenschap was aangevangen en de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed ten gevolge van het overlijden van de erflater niet meer tot stand heeft kunnen komen. De eerste zin blijft buiten toepassing indien de omstandigheid dat de echtscheiding of de scheiding van tafel en bed niet meer tot stand heeft kunnen komen, niet in overwegende mate de echtgenoot kan worden aangerekend.
Recente uitspraken
Art. 4:32 BW is sinds 2011 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam en Rb. Overijssel.
- ECLI:NL:GHAMS:2011:BV0739 — 20-12-2011 Hof Amsterdam
Verzorgingsvruchtgebruik onterfde echtgenote - ECLI:NL:RBOVE:2026:5634 — 07-09-2026 Rb. Overijssel
Dochter moet meewerken aan de vestiging van vruchtgebruik op de woning en inboedel ten behoeve van moeder.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.