Art. 4:31 Burgerlijk Wetboek Boek 4
Lid 1
Op het vruchtgebruik ingevolge de artikelen 29 en 30 zijn de leden 1, 2, 4 en 5 van artikel 23 van overeenkomstige toepassing. Het vruchtgebruik kan niet worden ingeroepen tegen schuldeisers die zich op de daaraan onderworpen goederen verhalen ter zake van schulden als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met f. De uitwinning is echter niet toegelaten, indien de echtgenoot niet met vruchtgebruik belaste goederen der nalatenschap aanwijst die voldoende verhaal bieden.
Lid 2
De mogelijkheid om aanspraak te maken op vestiging van het vruchtgebruik vervalt, indien de echtgenoot niet binnen een redelijke, hem door een belanghebbende gestelde termijn, en uiterlijk voor de toepassing van artikel 29 zes maanden en voor de toepassing van artikel 30 een jaar na het overlijden van de erflater heeft verklaard op de vestiging van het vruchtgebruik aanspraak te maken.
Lid 3
De rechtsvordering ingevolge de artikelen 29 en 30 verjaart door verloop van een jaar en drie maanden na het openvallen der nalatenschap.
Lid 4
Heeft de erflater bij uiterste wilsbeschikking aan zijn echtgenoot de bevoegdheid ontzegd om zich bij de overdracht van een goed ingevolge de artikelen 19 en 21 een vruchtgebruik voor te behouden, dan vervalt, in afwijking van lid 2, de mogelijkheid om ingevolge artikel 29 of 30 aanspraak te maken op vestiging van het vruchtgebruik op dat goed door verloop van drie maanden nadat op overdracht van het goed aanspraak is gemaakt. In dat geval verjaart de rechtsvordering tot vestiging van het vruchtgebruik door verloop van een jaar en drie maanden nadat op overdracht van het goed aanspraak is gemaakt.
Recente uitspraken
Art. 4:31 BW is sinds 2010 in 12 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Gelderland, Hof Den Haag en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2025:511 — 04-04-2025 Hoge Raad
Cassatie in het belang der wet. Erfrecht. Procesrecht. Moeten zaken strekkend tot verkrijging veroordeling tot medewerking aan vestiging vruchtgebruik o.g.v. art. 4:29 lid 1 BW of art. 4:30 lid 1 BW worden behandeld door kantonrechter dan wel door kamer voor andere zaken dan… - ECLI:NL:OGHACMB:2020:208 — 01-09-2020 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Verdeling – vorderingen laten vallen – eisvermeerdering – desaveu – bewijsaanbod - bewijslast - ECLI:NL:GHSHE:2019:1813 — 14-05-2019 Hof 's-Hertogenbosch
verdeling nalatenschap. Geschil over de vraag of door langstlevende echtgenoot al dan niet gebruik is gemaakt van het keuzelegaat in het testament van erflaatster dan wel van het verzorgingsvruchtgebruik in het testament. - ECLI:NL:GHDHA:2017:2787 — 02-08-2017 Hof Den Haag
Verzorgingsvruchtgebruiken van art. 4:29 en 4:30 BW. Verzorgingsbehoefte. Bevoegde executeurs tot medewerking vestiging vruchtgebruik verplicht. - ECLI:NL:RBGEL:2026:5992 — 01-07-2026 Rb. Gelderland
Kort geding. Ontruiming woning erflater. Verjaring recht op vruchtgebruik.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.