Art. 4:33 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Lid 1

De kantonrechter kan op verzoek van een hoofdgerechtigde, mits daardoor een zwaarwegend belang van deze wordt gediend en in vergelijking hiermede het belang van de echtgenoot niet ernstig wordt geschaad:

  1. aan die hoofdgerechtigde een met vruchtgebruik belast goed uit de nalatenschap, al dan niet onder de last van het vruchtgebruik, toedelen;

  2. het vruchtgebruik van een of meer goederen beëindigen;

  3. aan het vruchtgebruik verbonden bevoegdheden van de echtgenoot beperken of hem deze ontzeggen;

  4. het vruchtgebruik in het belang van de hoofdgerechtigde onder bewind stellen.

Lid 2

De kantonrechter kan, onverminderd lid 1, voor zover de echtgenoot aan het vruchtgebruik, de omstandigheden in aanmerking genomen, voor zijn verzorging, daaronder begrepen de nakoming van de overeenkomstig artikel 35 lid 2 op hem rustende verplichtingen, geen behoefte heeft:

  1. op verzoek van een rechthebbende de verplichting tot medewerking aan de vestiging van het vruchtgebruik opheffen, of

  2. op verzoek van een hoofdgerechtigde het vruchtgebruik beëindigen.

Lid 3

De andere rechthebbenden worden in het geding geroepen. Bij zijn beschikking kan de kantonrechter nadere regelingen treffen.

Lid 4

Een rechthebbende kan te allen tijde, ter afwering van een vordering of andere rechtsmaatregel, gericht op de nakoming van een verplichting tot medewerking aan de vestiging van het vruchtgebruik, een beroep in rechte doen op de in lid 2 genoemde grond voor opheffing van die verplichting.

Lid 5

De kantonrechter houdt bij de toepassing van lid 2 in ieder geval rekening met:

  1. de leeftijd van de echtgenoot;

  2. de samenstelling van de huishouding waartoe de echtgenoot behoort;

  3. de mogelijkheden van de echtgenoot om zelf in de verzorging te voorzien door middel van arbeid, pensioen, eigen vermogen dan wel andere middelen of voorzieningen;

  4. hetgeen in de gegeven omstandigheden als een passend verzorgingsniveau voor de echtgenoot kan worden beschouwd.

Recente uitspraken

Art. 4:33 BW is sinds 2007 in 22 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.

  • ECLI:NL:HR:2025:511 — 04-04-2025 Hoge Raad
    Cassatie in het belang der wet. Erfrecht. Procesrecht. Moeten zaken strekkend tot verkrijging veroordeling tot medewerking aan vestiging vruchtgebruik o.g.v. art. 4:29 lid 1 BW of art. 4:30 lid 1 BW worden behandeld door kantonrechter dan wel door kamer voor andere zaken dan…
  • ECLI:NL:HR:2007:BA2507 — 08-06-2007 Hoge Raad
    Erfrecht. Afgewezen verzoek van onterfde echtgenote van erflater op voet van art. 4:30 BW tot bevel aan testamentair erfgenaam mee te werken aan de vestiging van verzorgingsvruchtgebruik en aan executeurs-testamentair tot boedelbeschrijving; strekking art. 4:30 en…
  • ECLI:NL:GHSHE:2024:3499 — 07-11-2024 Hof 's-Hertogenbosch
    erfrecht / beëindiging vruchtgebruik artikel 4:29 BW op de woning nu appellante daaraan voor haar verzorging geen behoefte heeft gelet op haar inkomen, spaargeld en het aandeel in de woning / niet is onderbouwd dat appellante haar dochter (erfgenaam) niet kan uitkopen /…
  • ECLI:NL:GHDHA:2021:2038 — 13-10-2021 Hof Den Haag
    Erfgenamen van de man (kinderen uit zijn eerste huwelijk) zijn verplicht tot het vestigen van een vruchtgebruik op de echtelijke woning van erflater en zijn tweede echtgenote. Geen connexiteit tussen de vorderingen van de erfgenamen en die van de tweede echtgenote, de…
  • ECLI:NL:GHDHA:2020:79 — 29-01-2020 Hof Den Haag
    Erfrecht: opheffing vruchtgebruik art. 4:29 en 4:30 BW.

Bekijk alle 22 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.