Artikel 53 Successiewet 1956

Lid 1

Behalve in de gevallen bij deze wet voorzien, wordt vermindering van de aanslag of de conserverende aanslag verleend, indien en voorzover ten gevolge van een beroep op de legitieme portie, van de vervulling van een voorwaarde, van de uitoefening van een op de wet berustend terugvorderingsrecht, van de toepassing van artikel 33 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek of van de uitoefening van een wilsrecht, voortspruitende uit ten sterfdage of ten tijde van de verkrijging reeds bestaande of ontstane rechtsverhoudingen, anders dan door opvolging krachtens een voorwaarde als bedoeld in artikel 21, tweede lid, wijziging wordt gebracht in de persoon van de verkrijger of in het verkregene. De eerste volzin is niet van toepassing bij de uitoefening van een wilsrecht als bedoeld in de artikelen 19, 20, 21en 22 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek.

Lid 2

Het bedrag van de vermindering, bedoeld in het eerste lid, wordt verlaagd, maar niet verder dan tot nihil, met het bedrag aan belasting dat verschuldigd zou zijn geweest indien dat was berekend over het voordeel dat tijdens de bezitsperiode is genoten.

Lid 3

Het in het tweede lid bedoelde genoten voordeel is het bedrag van de waarde van het daadwerkelijk genoten voordeel over het verkregene gedurende de bezitsperiode, dan wel, indien het verkregene een vruchtgebruik is, de waarde van dat vruchtgebruik over de bezitsperiode.

Lid 4

De erfbelasting die van een verkrijger is geheven, wordt verminderd tot nihil indien over het verkregene, bij het overlijden van die verkrijger binnen dertig dagen na de verkrijging, nogmaals erfbelasting wordt geheven.

Lid 5

De vermindering wordt verleend op een verzoek dat geschiedt door het doen van aangifte. In deze aangifte wordt tevens de hoogte van het in het tweede lid bedoelde voordeel vermeld. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.

Lid 6

In de gevallen, waarin de oorzaak tot de vermindering anderzijds aanleiding geeft tot heffing van belasting, kan de in het vorige lid bedoelde aangifte worden opgenomen in de overeenkomstig artikel 45, tweede lid, in te dienen aangifte. In de andere gevallen moet die aangifte worden ingediend binnen acht maanden, nadat de oorzaak tot de vermindering is ontstaan.

Lid 7

De teruggave, waartoe een vermindering aanleiding geeft, kan geschieden door verrekening met het terzake van dezelfde nalatenschap of schenking verschuldigde.

Recente uitspraken

Art. 53 SW1956 is sinds 2009 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Gelderland en Hof Arnhem-Leeuwarden.

  • ECLI:NL:HR:2020:1 — 10-01-2020 Hoge Raad
    artikel 53 Successiewet, art. 6:228 BW, vernietiging schenkingsovereenkomst wegens dwaling.
  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2772 — 08-10-2025 Hof 's-Hertogenbosch
    Belanghebbende heeft van zijn ouders in 2014 een schenking ontvangen voor zijn eigen woning. Deze schenking is vrijgesteld geweest ogv de destijds geldende eenmalig verhoogde vrijstelling van schenkbelasting voor een schenking tbv de eigen woning. Voor de tweede schenking (2018)…
  • ECLI:NL:GHARL:2025:6254 — 07-10-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.
  • ECLI:NL:GHAMS:2022:559 — 01-03-2022 Hof Amsterdam
    Klacht tegen een notaris en een kandidaat-notaris. 30-dagenclausule/calamiteitenclausule. Gesprek onder vier ogen. Vrije wilsvorming. Klacht deels gegrond. Berisping.
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:959 — 15-03-2017 Hof Den Haag
    In geschil is de waarde van de onroerende zaak op overlijdensdatum. Het geschil spitst zich toe op de vragen of de koopoptie de waarde van de onroerende zaak beïnvloedt en zo ja, of deze waarde-invloed bij de bepaling van de waarde van de onroerende zaak op de overlijdensdatum…

Bekijk alle 8 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.