Artikel 13 Successiewet 1956
Lid 1
Al wat ten gevolge van of na het overlijden van een erflater wordt verkregen krachtens een overeenkomst van levensverzekering, ongevallenverzekering daaronder begrepen, of krachtens een derdenbeding, wordt voor de toepassing van deze wet geacht krachtens erfrecht door het overlijden te zijn verkregen, voor zover de verkrijging kan worden toegerekend aan een onttrekking aan het vermogen van de erflater, behoudens voor zover bij de verkrijger de aan die onttrekking ontleende rechten reeds voor het overlijden van de erflater aan de heffing van schenk- of erfbelasting waren onderworpen.
Lid 2
Indien de erflater bij een overeenkomst van levensverzekering verzekerde is en de erflater, diens partner of een van diens bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad of hun partners bij die overeenkomst als verzekeraar is opgetreden, wordt voor de toepassing van het eerste lid een verkrijging krachtens die overeenkomst van levensverzekering geacht volledig aan het vermogen van de erflater te zijn onttrokken.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 13 SW1956 is sinds 2004 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hof Amsterdam en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:GHARL:2022:10396 — 29-11-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Kinderalimentatie. Het hof past de tweeconclusieleer toe met betrekking tot de omvang van het geschil over de kinderalimentatie. De nieuwe grief van de vrouw is ook in strijd met de goede procesdorde. - ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6653 — 26-04-2012 Hof Amsterdam
Afwikkeling huwelijkse voorwaarden en verdeling; waarde- dan wel premieverrekening van de polissen van de man; uitleg huwelijkse voorwaarden - ECLI:NL:GHSHE:2010:BL9889 — 12-01-2010 Hof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende heeft aangifte voor het recht van successie gedaan naar aanleiding van het overlijden van zijn broer. In de bijlage bij het aangiftebiljet is onjuist vermeld dat op een verkrijging door broers tariefgroep 1A van toepassing is. Na tegen de opgelegde aanslag gemaakt… - ECLI:NL:GHSHE:2004:AO9873 — 09-03-2004 Hof 's-Hertogenbosch
Het geschil betreft naar partijen ter zitting uitdrukkelijk hebben verklaard het antwoord op de volgende vragen: 1. Kan de aanslag middels het leerstuk van conversie geacht worden een navorderingsaanslag te behelzen? 2. Indien de eerste vraag bevestigend moet worden beantwoord,… - ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ8496 — 13-02-2013 Rb. Amsterdam
Vader heeft zoon onterfd en dochter als enig erfgenaam benoemd. Geschil over de omvang van de legitimaire massa en daarmee over de omvang van de legitieme portie van de zoon. Zoon vraagt inzage bescheiden om aan te kunnen tonen dat erflater aan dochter schenkingen heeft gedaan.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.